Ministerieel besluit tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten. (NOTA : De artikelen 6.1 en 6.5 zijn gewijzigd en een artikel 6.4bis is ingevoegd met ingang op een onbepaalde datum door

Wetgeving › Sección Única

Gelinkt als:

Extract


Ministerieel besluit tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten. (NOTA : De artikelen 6.1 en 6.5 zijn gewijzigd en een artikel 6.4bis is ingevoegd met ingang op een onbepaalde datum door

TITEL I. - Definities en toepassingsgebied.

HOOFDSTUK I. - Definities.

Artikel 1.1. Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder :

1° "de wet" : de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus;

2° "de minister" : de Minister van Binnenlandse Zaken;

3° "een gekwalificeerd lid van de directie van de rekrutering en van de selectie van de federale politie" : een psycholoog, assistent in de psychologie of politieambtenaar met een opleiding of een ervaring in het domein van de selectie.

Art. 1.2. Dit besluit mag worden aangehaald als "uitvoeringsbesluit van het statuut van het personeel van de politiediensten" en afgekort als "UBPol".

HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied.

Art. 1.3. Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, is dit besluit van toepassing op de personeelsleden bedoeld in artikel 1.I.1, 3°, RPPol.

Titel VI is van toepassing op de militairen bedoeld in artikel 4, § 2, van de wet van 27 december 2000 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de rechtspositie van het personeel van de politiediensten alsmede titel XI in de mate dat die titel uitvoering geeft aan de bepalingen van deel XI RPPol die op voormelde militairen van toepassing zijn.

TITEL II. - Algemene bepalingen betreffende het personeel.

HOOFDSTUK I. - Aanwijzing.

Art. 2.1. De in artikel 2.I.10 RPPol bedoelde dienst is de directie van het beleid, het beheer en de ontwikkeling van de algemene directie personeel van de federale politie.

HOOFDSTUK II. - De indienstneming van het personeel van het administratief en logistiek kader.

Art. 2.2. De in artikel 2.I.11, tweede lid, RPPol bedoelde dienst is de directie van de mobiliteit en het loopbaanbeheer van de federale politie.

HOOFDSTUK III. - Het persoonlijk dossier, het stagedossier en het mandaatdossier.

Afdeling 1. - Het persoonlijk dossier.

Onderafdeling 1. - De inhoud en de vorm van het persoonlijk dossier.

Art. 2.3. Het persoonlijk dossier bestaat uit acht mappen met als opschrift :

1° Map I : Administratie;

2° Map II : Opleidingen;

3° Map III : Mobiliteit;

4° Map IV : Loopbaan;

5° Map V : Evaluaties - Tucht - Ordemaatregelen;

6° Map VI : Gegevens met een medisch karakter;

7° Map VII : Mandaten;

8° Map VIII : Varia.

Elke map bestaat uit ondermappen en/of stukken, zoals vastgesteld in bijlage 1.

Met uitzondering van de mappen I en VIII voor dewelke een inventaris voor het geheel van de map opgesteld wordt, worden inventarissen per ondermap opgesteld.

Op het dossier moet het woord " PRIVE " vermeld worden.

Art. 2.4. De individuele fiche die deel uitmaakt van map I bevat ten minste de inhoud vastgesteld in bijlage 2.

Onderafdeling 2. - Het houden van het persoonlijk dossier.

Art. 2.5. De overheid bedoeld in artikel 7.I.3, 4°, RPPol, die als eerste het personeelslid onder zijn bevoegdheid heeft als stagiair, legt het persoonlijk dossier aan.

De directeur van de betrokken school deelt de gegevens met betrekking tot de basisopleiding van het personeelslid van het operationeel kader mee aan die overheid binnen de twee maanden na het einde van de basisopleiding.

Art. 2.6. Het persoonlijk dossier wordt bijgewerkt en bewaard, naar gelang van het geval, door de overheid bedoeld in artikel 7.I.3, 4°, RPPol, waarvan het betrokken personeelslid afhangt of, voor de commissaris-generaal en de inspecteur-generaal, door de minister of de door hem aangewezen dienst en voor de korpschefs van de lokale politie, naar gelang van het geval, door de burgemeester of de voorzitter van het politiecollege.

Art. 2.7. Buiten het geval van detachering, volgt het persoonlijk dossier het personeelslid bij elke aanwijzing die een verandering van de bevoegde overheid bedoeld in artikel 2.6 tot gevolg heeft.

In geval van definitieve ambtsontheffing of ambtsneerlegging bewaart de overheid bedoeld in artikel 2.6 van de laatste plaats van aanwijzing, het dossier voor een periode van vijf jaar.

Na afloop van de in het tweede lid bedoelde termijn wordt het persoonlijk dossier van de personeelsleden voor opname in het archief bezorgd aan, naar gelang van het geval, de directeur-generaal van de algemene directie personeel van de federale politie, de gemeentesecretaris of de secretaris van de politieraad.

Art. 2.8. De inventaris bedoeld in artikel 2.3 bevat het Romeinse cijfer van de map waarop die betrekking heeft en de hoofdletter van de betrokken ondermap.

Alle stukken worden in chronologische volgorde genummerd, naar gelang van het geval, met een dubbele of driedubbele code :

1° een Romeins cijfer van I tot VIII dat de map bepaalt;

2° in voorkomend geval, de hoofdletter die de ondermap bepaalt;

3° een Arabisch cijfer dat het stuk bepaalt.

Indien een document of een dossier dat zelf al is samengesteld uit genummerde stukken in een ondermap moet worden geklasseerd, wordt de driedubbele identificatie gevolgd door de vermelding : " Dit document/dossi...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web