Koninklijk besluit tot wijziging van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State en het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State.
Koninklijk besluit tot wijziging van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State en het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State.
Artikel 1. Artikel 36 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging oor de afdeling administratie van de Raad van State wordt aangevuld met het volgende lid :
"De arresten die de uitdrukkelijke of vermoedelijke afstand bekrachtigen of die de afwezigheid van het vereiste belang vaststellen, met toepassing van de artikelen 17, § 4ter en 21, tweede en zesde lid, van de gecoördineerde wetten, alsook de arresten waarin besloten wordt dat er geen uitspraak meer gedaan moet worden, zijn het voorwerp van een toezending van een ongezegeld afschrift bij gewone brief." Art. 2. Artikel 67 van hetzelfde besluit opgeheven. Art. 3. Artikel 68 van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 15 juli 1956, wordt aangevuld met de volgende leden : "Wanneer verzocht wordt om de schorsing van d...