Extrait
Decreet tot organisatie van de sport in de Franse Gemeenschap (VERTALING). - (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-12-1999 en tekstbijwerking tot 30-01-2004.)
HOOFDSTUK I. - Algemeenheden.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder: 1° "Regering": de Regering van de Franse Gemeenschap; 2° "Hoge Raad": de Hoge Raad voor Lichamelijke Opvoeding, Sport en Openluchtleven ingesteld bij het decreet van 23 december 1988 houdende instelling van de Hoge Raad voor Lichamelijke Opvoeding, Sport en Openluchtleven bij de Executieve van de Franse Gemeenschap; 3° "Sportbeoefenaar": iemand die zich voorbereidt, hetzij individueel, hetzij collectief, op een vrije sportactiviteit of een activiteit ingericht in de vorm van competitie of van ontspanning of iemand die eraan deelneemt; 4° "Lid": natuurlijke persoon aangesloten via een club bij een sportfederatie, zoals beschreven in 8°; 5° "Club": vereniging van sportbeoefenaars aangesloten bij een sportfederatie zoals bepaald in 8°; 6° "Administratief kader"; personen die betrekkingen inzake beheer of secretariaat uitoefenen; 7° "Sportbegeleiding": personen die pedagogische, technische functies of functies inzake organisatie van sportactiviteiten uitoefenen; 8° "Sportfederatie": elke vereniging van clubs die tot doel heeft: a) een of meer lichamelijke activiteiten te bevorderen die overeenstemmen met een sportbeoefening; b) bij te dragen tot de ontplooiing en het lichamelijk, psychisch en sociaal welzijn van de persoon door permanente en progressieve programma's; c) de deelneming van zijn leden aan vrije of georganiseerde activiteiten te bevorderen zowel in de vorm van competitie als van ontspanning. HOOFDSTUK II. - Algemene plichten en rechten van clubs en sportbeoefenaars. Afdeling I. - Bestrijding van het dopingsgebruik. Art. 2. De clubs nemen in hun statuten of reglementen de bepalingen op die bepaald zijn door de reglementen en de wetgeving die van toepassing zijn in de Franse Gemeenschap inzake dopingsbestrijding en naleving van de gezondheidsvereisten in de sportbeoefening. Art. 3. Elke club bezorgt aan al zijn leden en aan de ouders of de personen die belast zijn met het ouderlijk gezag over zijn leden van minder dan 16 jaar: 1° een klaar, duidelijk en pedagogisch document van de Franse Gemeenschap over de goede sportbeoefeningen van hun discipline alsook over de werkelijke aard en de schadelijke gevolgen van het gebruik van de in 2° bedoelde substanties en middelen, om die gevolgen te voorkomen; 2° de lijst van de verboden substanties en middelen krachtens het besluit van 10 oktober 1989 van de Executieve van de Franse Gemeenschap betreffende de lijst van de substanties en de middelen bedoeld bij de wet van 2 april 1965 waarbij de dopingpraktijk verboden wordt bij sportcompetities; 3° de tuchtmaatregelen die de federatie toepast in geval van overtreding van die wetgeving. Afdeling II. - De veiligheid. Art. 4. De clubs treffen de gepaste schikkingen om de veiligheid te verzekeren van hun leden en van de deelnemers aan de activiteiten die ingericht worden hetzij door hen zelf hetzij onder hun verantwoordelijkheid. Die maatregelen hebben betrekking zowel op de gebruikte uitrustingen als op de materiële en sportieve bepalingen inzake organisatie. Afdeling III. - Rechten en plichten van sportbeoefenaars. Art. 5. De clubs stellen hun leden op de hoogte van de statutaire bepalingen v...Voir le contenu complet de ce document
