19 FEBRUARI 2004. - Ordonnantie betreffende enkele bepalingen inzake ruimtelijke ordening (1)

BOB-NL, 29 maart 2004Wetten, decreten, ordonnanties en verordeningen › MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

Gelinkt als:

Extract


19 FEBRUARI 2004. - Ordonnantie betreffende enkele bepalingen inzake ruimtelijke ordening (1)

De Brusselse Hoofdstedelijke Raad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

Zij is met name bedoeld om de richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, de richtlijn 97/11/EG van de Raad van 3 maart 1997 houdende wijziging van de richtlijn 85/337/EEG betreffende de evaluatie van de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en de richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's in de specifieke toepassingssfeer van de ordonnantie houdende organisatie van de planning en de stedenbouw om te zetten.

TITEL I. - Wijzigingen van de ordonnantie van 29 augustus 1991

houdende organisatie van de planning en de stedenbouw

Art. 2. Artikel 2 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw wordt vervangen door de volgende bepaling :

« Art. 2. De ontwikkeling van het Gewest, samen met de ordening van zijn grondgebied, wordt nagestreefd om, op een duurzame manier, tegemoet te komen aan de sociale, economische, patrimoniale en milieubehoeften van de gemeenschap door het kwalitatief beheer van het leefklimaat, door het zuinig gebruik van de bodem en zijn rijkdommen en door de instandhouding en de ontwikkeling van het cultureel, natuurlijk en landschappelijk erfgoed.

De ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt geconcipieerd volgens de volgende plannen en verordeningen die ook de ruimtelijke ordening en stedenbouw in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vaststellen :

1. het gewestelijk ontwikkelingsplan;

2. het gewestelijk bestemmingsplan;

3. de gemeentelijke ontwikkelingsplannen;

4. het bijzonder bestemmingsplan;

5. de gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen;

6. de gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen. »

Art. 3. Artikel 4 van dezelfde ordonnantie wordt met het volgend lid aangevuld :

« De Regering duidt de gemachtigde ambtenaren van het Bestuur Ruimtelijke Ordening en Huisvesting aan, hieronder het Bestuur genoemd, die haar jaarlijks een verslag voorleggen over de follow-up van de belangrijke effecten van de inwerkingtreding van het gewestelijk ontwikkelingsplan en het gewestelijk bestemmingsplan op het milieu om met name de onvoorziene negatieve gevolgen in een vroegtijdig stadium te identificeren en over de eventueel aan te brengen correcturen. Deze verslagen worden op het bureau van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad neergelegd en zijn het voorwerp van een voor het publiek toegankelijke publicatie. »

Art. 4. Artikel 5 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling :

« Art. 5. De Regering verleent bindende kracht en verordenende waarde aan de bestemmingsplannen.

De plannen blijven van kracht tot op het ogenblik dat ze volledig of gedeeltelijk gewijzigd of opgeheven worden. »

Art. 5. In artikel 6 van dezelfde ordonnantie, worden de woorden « en van de prioritaire actieprogramma's » geschrapt.

Art. 6. In artikel 7 van dezelfde ordonnantie worden de woorden «, hierna het Bestuur te noemen » geschrapt.

Art. 7. Aan artikel 9 van dezelfde ordonnantie, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in het tweede lid worden de woorden « van prioritair actieprogramma, » geschrapt;

2° het achtste lid wordt vervangen door de volgende bepaling : « De Regering bepaalt de regels voor de samenstelling en de werking van de Gewestelijke Commissie in naleving van de volgende beginselen :

1. de vertegenwoordiging van de adviesorganen wier deskundigheid zich situeert op economisch en sociaal vlak, op dat van monumenten en landschappen, van het milieu en de mobiliteit, waarvan de lijst door de Regering wordt vastgesteld;

2. de vertegenwoordiging van de gemeenten;

3. de aanwijzing van onafhankelijke experts;

4. het horen van de afgevaardigden van de Regering of van de gemeenten die de in het tweede lid bedoelde ontwerpen hebben uitgewerkt. »

Art. 8. Aan artikel 13, tweede lid, van dezelfde ordonnantie, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° het woord « zes » wordt vervangen door het woord « negen »;

2° het woord « eenmaal » wordt geschrapt.

Art. 9. Aan artikel 14 van dezelfde ordonnantie, worden de woorden : « en die in het kader van de uitwerking van een bijzonder bestemmingsplan of van een gemeentelijk ontwikkelingsplan belast kunnen worden met de evaluatie van de effecten » toegevoegd na de woorden « van de bijzondere bestemmingsplannen ».

Art. 10. Een als volgt opgesteld artikel 15bis wordt aan het einde van artikel 15 van dezelfde ordonnantie toegevoegd :

« Art. 15bis. De Regering kan de bepalingen van deze ordonnantie opheffen, aanvullen of vervangen om de voor de omzetting van de uit de richtlijnen van de Europese Unie voortvloeiende verplichte bepalingen no...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf