Decreet betreffende het onderwijs VII. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-09-1996 en tekstbijwerking tot 31-08-2006)

Wetgeving › Sección Única

Gelinkt als:

Extract


Decreet betreffende het onderwijs VII. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-09-1996 en tekstbijwerking tot 31-08-2006)

TITEL I. - Inleidende bepalingen.

Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

TITEL II. - Administratief en geldelijk statuut van het personeel van het onderwijs.

HOOFDSTUK I. - Decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra.

Art. 2. In artikel 23 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en van de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra, zoals gewijzigd bij het decreet betreffende het onderwijs-III van 9 april 1992, het decreet betreffende het onderwijs-IV van 28 april 1993, het decreet betreffende het onderwijs-VI van 21 december 1994 en het decreet van 10 april 1995 houdende diverse wijzigingsbepalingen betreffende het hoger onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap, wordt een paragraaf 15 toegevoegd, luidend als volgt :

"§ 15. Onverminderd en aanvullend bij het bepaalde in paragraaf 1 van dit artikel hebben de kandidaten die voorafgaand aan 1 september 1995 gefungeerd hebben in de zeevisserijschool van het gemeenschapsonderwijs te Knokke-Heist, de stedelijke visserijschool te Oostende, de vrije visserijschool te Oostende of de visserijschool Ibis te Bredene, voorrang voor tijdelijke aanstelling in het Provinciaal Maritiem Instituut te Knokke-Heist - Oostende en in de zeevisserijschool Ibis te Bredene op kandidaten die in deze periode niet gefungeerd hebben in deze scholen.

Deze voorrang geldt voor de schooljaren 1995-1996 en 1996-1997.".

Art. 3. Artikel 31, § 1 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met de volgende alinea : "In afwijking van de bepaling in 1° van deze paragraaf wordt een personeelslid dat in het gewoon basisonderwijs 360 dagen dienstanciënniteit verworven heeft als tijdelijk aangesteld personeelslid in een bevorderingsambt van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel, met het oog op zijn vaste benoeming, geacht 360 dagen dienstanciënniteit verworven te hebben in een wervingsambt van dezelfde personeelscategorie waarvoor het betrokken personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs heeft.".

Art. 4. In hetzelfde decreet wordt een artikel 74bis ingevoegd, luidend als volgt : "Artikel 74bis. Voor de personeelsleden van het Provinciaal Maritiem Instituut te Knokke-Heist - Oostende, worden de diensten die zijn gepresteerd in het onderwijs dat werd georganiseerd door de inrichtende macht die op het ogenblik van de overname het bestuur waarnam van de zeevisserijschool van het gemeenschapsonderwijs te Knokke-Heist, de vrije visserijschool te Oostende en de stedelijke visserijschool te Oostende, gelijkgesteld met diensten als personeelslid van het Provinciaal Maritiem Instituut.".

Art. 5. In artikel 88, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "worden bekrachtigd tot en met 31 augustus 1990,..."vervangen door de woorden : "worden bekrachtigd.".

HOOFDSTUK II. - Decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs.

Art. 6. Artikel 36, § 3 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, opgeheven door artikel 64, § 2 van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :

"§ 3. In afwijking van de bepaling van 1° van § 1 wordt een personeelslid dat in het gewoon basisonderwijs 360 dagen dienstanciënniteit verworven heeft als een tijdelijk aangesteld personeelslid in een bevorderingsambt van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel, met het oog op zijn vaste benoeming, geacht 360 dagen dienstanciënniteit verworven te hebben in een wervingsambt van dezelfde personeelscategorie waarvoor het betrokken personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs heeft.".

Art. 7. Aan artikel 40, § 1 van hetzelfde decreet wordt volgend lid toegevoegd : "Deze bepaling geldt ook voor de vaste benoemingen die werden toegekend overeenkomstig de reglementering die van toepassing was voor de inwerkingtreding van dit decreet.".

Art. 8. Artikel 46, 1° van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 28 april 1993 en 19 april 1995, wordt aangevuld met het volgend lid :

"In afwijking van de vorige leden geldt de voorwaarde van vaste benoeming in één van de wervings-, selectie- of bevorderingsambten niet voor een toelating tot de proeftijd in het selectieambt van coördinator in het secundair onderwijs, voor die personeelsleden die sinds 1 oktober 1990 belast zijn met organieke opdrachten van coördinator in het deeltijds beroepssecundair onderwijs.".

Art. 9. Onverminderd de bepalingen van artikel 48, paragrafen 2 en 3 en artikel 49 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs worden de personeelsleden die in het gemeenschapsonderwijs met ingang van 1 januari 1995 tot d...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf