29 NOVEMBER 2002. - Omzendbrief verlenen van eervolle onderscheidingen in nationale orden en de burgerlijke eretekens voor dienstanciënniteit ten gunste van het personeel van de lokale en regionale besturen

Belgisch Staatsblad, 14 Janvier 2003

Wettelijke Bekendmakingen en Verschillende Berichten - MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

Relié comme:




Extrait


29 NOVEMBER 2002. - Omzendbrief verlenen van eervolle onderscheidingen in nationale orden en de burgerlijke eretekens voor dienstanciënniteit ten gunste van het personeel van de lokale en regionale besturen

Aan de gouverneurs

Ter kennisgeving aan :

de leden van de bestendige deputaties van de provincieraden

de colleges van burgemeester en schepenen

de voorzitters van de O.C.M.W.'s

de voorzitters van de beheerscomités van de O.C.M.W.-ziekenhuizen

de voorzitters van de interlokale samenwerkingsverbanden

de voorzitters van de raden van bestuur van de Autonome Verzorgingsinstellingen (A.V.'s)

de voorzitters van de verenigingen van O.C.M.W.'s

de voorzitters van de raden van bestuur van de autonome gemeentebedrijven en provinciebedrijven

1. Bevoegdheidsoverdracht

De bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en de gemeenschappen heeft de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen gewijzigd. Met ingang van 1 januari 2002 zijn de gewesten bevoegd voor het regelen van de samenstelling, de organisatie, de bevoegdheid en de werking van de provinciale en gemeentelijke instellingen (art. 6, § 1, VIII bijzondere wet van 8 augustus 1980).

Hierdoor vervalt de bevoegdheid van de Minister van Binnenlandse Zaken inzake de eervolle onderscheidingen aan gemeente- en provinciepersoneel, met uitsluiting van politie- en brandweerpersoneel.

Het betreffen zowel de eervolle onderscheidingen in de nationale orden als de burgerlijke eretekens voor dienstanciënniteit.

De voorstelstaten tot onderscheiding van personeelsleden van gemeenten en provincies moeten nu door de bevoegde Vlaamse minister via de minister-president (die mee ondertekent) aan de Eerste Minister voorgelegd worden, die ze op zijn beurt zal doorsturen naar het kabinet van Z.M. de Koning.

De regionale minister is tevens bevoegd voor het wijzigen of opstellen van de toekenningstabellen na toestemming en goedkeuring van de Minister van Buitenlandse Zaken, die bevoegd blijft voor het beheer van de nationale orden. Ook de ...

Voir le contenu complet de ce document