1 DECEMBER 2007. - Omzendbrief LNE/2007. - Milieueffectbeoordeling van plannen en programma's

BOB-NL, 17 december 2007Officiële berichten › VLAAMSE OVERHEID

Gelinkt als:

Extract


1 DECEMBER 2007. - Omzendbrief LNE/2007. - Milieueffectbeoordeling van plannen en programma's

Aan de diensten van de Vlaamse Regering

Aan de Vlaamse instanties

Aan de dames en heren provinciegouverneurs

Aan de colleges van burgemeester en schepenen

INHOUDSTAFEL

I.Inleiding

1. Situering van de omzendbrief

II. Milieueffectbeoordeling van plannen of programma's

1. Afbakening van het toepassingsgebied en de plan-MER-plicht

A. Fase 1 : Definitie van plan of programma

B. Fase 2 : Toepassingsgebied

B.1. Algemeen

B.2. Plannen of programma's die het kader vormen voor de toekenning van een vergunning voor een project

B.3. Plannen en programma's waarvoor, gelet op de mogelijke betekenisvolle effecten op speciale beschermingszones, een passende beoordeling vereist is uit hoofde van artikel 36ter van het decreet natuurbehoud

C. Fase 3 : Bepaling van de plicht tot opmaak van een plan-MER

C.1. Algemeen

C.2. Plannen en programma's die 'van rechtswege' plan-MER-plichtig zijn

C3. Plannen en programma's waarvoor geval per geval moet geoordeeld worden of ze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben ('=screeningsplichtige')

C4. Plannen en programma's uitsluitend bestemd voor noodsituaties

2. Onderzoek tot milieueffectrapportage (= screening)

A. De screening

B. Screening door de initiatiefnemer van mogelijke aanzienlijke effecten

C. Screening door de dienst Mer

D. Aanzienlijke milieueffecten op grens- of gewestgrensoverschrijdend vlak

E. Beslissing door de dienst Mer van de plan-MER-plicht

F. Openbaarmaking van de beslissing van de dienst Mer

3. Kennisgeving en inhoudsafbakening van het plan-MER

A. Overmaken van kennisgevingsdossier door de initiatiefnemer aan de dienst Mer

B. Openbaarmaking van het volledig verklaard kennisgevingsdossier

C. Overmaken van bemerkingen en adviezen aan de dienst Mer

D. Beslissing dienst Mer

4. Opstellen van het plan-MER

A. Taak van de MER-coördinator

B. Inhoud van het plan-MER

5. Onderzoek en gebruik van het plan-MER

A. Beoordeling van het plan-MER

B. Openbaar onderzoek over het plan-MER en het ontwerp van plan of programma

C. De vaststelling van het plan of programma en de procedure hierna

I. Inleiding

1. Situering van de omzendbrief

Planmilieueffectrapportage is de beoordeling van bepaalde plannen en programma's op hun gevolgen voor het milieu. Hierbij gaat het om plannen en programma's die uiteindelijk kunnen leiden tot concrete projecten met mogelijk nadelige gevolgen voor het milieu

Deze omzendbrief geeft uitleg over de concrete toepassing en uitvoering in de praktijk van :

- het decreet van 27 april 2007 houdende wijziging van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van artikel 36ter van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (hierna : het D.A.B.M.),

en

- het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma's van 12 oktober 2007

Deze omzendbrief is in hoofdzaak bedoeld als praktische handleiding voor initiatiefnemers (1) van een plan of programma en voor adviesverlenende instanties in de plan-MER-procedure.

Voor concrete vragen rond de plan-MER-regelgeving kunt u terecht bij de ondersteunende MER-cel « dienst Begeleiding en Ondersteuning inzake Milieueffect- en veiligheidsrapportage » - binnen het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie.

De ondersteunende MER-cel heeft tot taak enerzijds advies te verlenen aan gewestelijke, provinciale en gemeentelijke overheden inzake het onderzoek tot milieueffectrapportage en de opmaak van een milieueffectrapport en anderzijds in te staan voor de opvolging, de coördinatie en de begeleiding van de concrete dossiers. Concrete voorbeelden inzake deze coördinatie en begeleiding zijn verder uitgewerkt in deze omzendbrief.

De dienst Mer van de afdeling Milieu-, Natuur en Energiebeleid van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie, in het D.A.B.M. genoemd de 'administratie', werkt totaal onafhankelijk van de ondersteunende MER-cel. De dienst Mer neemt de definitieve beslissingen in het onderzoek tot milieueffectrapportage (zie schema in bijlage 1) en in de plan-MER procedure (zie schema in bijlage 3).

In deze omzendbrief zal respectievelijk de plan-MER-plicht, de procedure voor onderzoek tot milieueffectrapportage (= screening) en de plan-MER-procedure aan bod komen.

II. Milieueffectbeoordeling van plannen of programma's

1. Afbakening van het toepassingsgebied en de plan-MER-plicht (artikel 4.2.1 - 4.2.3 D.A.B.M.)

Er geldt enkel een plan-MER-plicht voor deze plannen en programma's die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben.

Om al dan niet te kunnen besluiten tot een plan-MER-plicht moeten geval per geval de volgende drie fases doorlopen worden :

fase 1 : in de eerste plaats moet worden nagegaan of het voorgenomen plan of programma onder de definitie valt van plan of programma zoals gedefinieerd in het D.A.B.M..

fase 2 : eens vaststaat dat het voorgenomen plan of programma onder de definitie van plan of programma valt, moet worden nagaan of het betrokken plan of pro...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf