Koninklijk besluit tot vaststelling van het nucleair en radiologisch noodplan voor het Belgisch grondgebied.

Wetgeving › Sección Única

Gelinkt als:

Extract


Koninklijk besluit tot vaststelling van het nucleair en radiologisch noodplan voor het Belgisch grondgebied.

Artikel 1. Het nucleair en radiologisch noodplan voor het Belgisch grondgebied, als bijlage bij dit besluit bijgevoegd, wordt vastgesteld.

Art. 2. De betrokken autoriteiten, instellingen en exploitanten die door het noodplan aangewezen worden als verantwoordelijken, moeten ontwerpen van specifieke rampenplannen voor hulpverlening opstellen.

Zij moeten deze ontwerpen ter kennis brengen van de Minister van Binnenlandse Zaken, binnen het jaar volgend op de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.

De besluiten tot vaststelling van de specifieke rampenplannen voor hulpverlening zullen door uittreksel bekendgemaakt worden in het Belgisch Staatsblad.

Art. 3. Het koninklijk besluit van 27 september 1991 tot vaststelling van het noodplan voor nucleaire risico's voor het Belgisch grondgebied, wordt opgeheven.

Art. 4. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 17 oktober 2003.

ALBERT

Van Koningswege :

De Minister van Binnenlandse Zaken,

P. DEWAEL

BIJLAGE.

Art. N. Nucleair en radiologisch noodplan voor het Belgisch grondgebied.

VOORWOORD

Het koninklijk besluit houdende vaststelling van het rampenplan voor nucleaire risico's voor het Belgisch grondgebied, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 21 januari 1992, hield rekening met de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissies inzake nucleaire veiligheid.

Sedertdien vonden vanzelfsprekend een aantal wijzigingen plaats waarmee rekening dient gehouden te worden, waaronder de inwerkingstelling op 1 september 2001 van het Federaal Agentschap voor Nucleaire controle.

De voorbije tien jaar konden vooral heel wat lessen getrokken worden uit de talrijke oefeningen die in het kader van dit plan georganiseerd werden. Er dienden conclusies uit getrokken te worden om het te kunnen aanpassen zodat we over een nog performanter werkmiddel zouden beschikken om de bevolking en het milieu te beschermen.

Deze taak werd hoofdzakelijk toevertrouwd aan een werkgroep samengesteld uit afgevaardigden van de Civiele veiligheid, het Crisis- en coördinatiecentrum van de Regering, het Federaal agentschap voor nucleaire controle, de gouverneurs van de provincies Luik en Oost-Vlaanderen, de Associatie Vinçotte Nucléaire, het nationaal Instituut voor Radio-elementen en het Studiecentrum voor Kernenergie. Hier moet de essentiële rol onderstreept worden van de voorzitster van deze werkgroep die trouwens herhaaldelijk het voorzitterschap heeft waargenomen van de door het plan opgerichte evaluatiecel.

Er blijkt dat de kern van het plan en van de grote principes gehandhaafd moeten blijven maar dat de efficiëntie ervan verbeterd moet worden door een aantal aanpassingen.

Onder deze aanpassingen, werd het vroegere notificatieniveau N4 door het niveau NR vervangen. In geval van snelle uitstoot en zelfs indien de gevolgen van de blootstelling beperkt blijven, beoogt dit " reflexniveau " de onmiddellijke inwerkingstelling door de Provinciegouverneur van beschermingsmaatregelen in afwachting dat provinciale en federale cellen en comités opgericht worden.

De experts hebben eveneens aanbevolen een socio-economische cel op te richten die meer bepaald het federaal coördinatiecomité zal moeten adviseren over de socio-economische gevolgen van de genomen of te nemen beslissingen.

Het spreekt tenslotte vanzelf dat de actualisering van dit plan een permanente bekommernis moet zijn : om die reden voorziet dit laatste in de opstelling van een jaarlijks globaal plan dat voortvloeit uit de oefeningen en dat uitmondt op een daaruit voortvloeiend actieplan.

Het is nu de taak van elke actor in het nucleair en radiologisch rampenplan voor het Belgisch grondgebied om de gedane inspanningen verder te zetten zodat de veiligheid van de bevolking en van het milieu gegarandeerd kunnen worden.

1 INLEIDING.

1.1 Algemeen

Iedere industriële activiteit houdt bepaalde risico's in die onze samenleving impliciet gedoogt als de gevolgen van een doelbewuste levenskeuze. Onze samenleving eist nochtans dat alles in het werk gesteld wordt om deze risico's te beheersen. Zij verlangt dat de overheid waakt over de voorkoming van ongevallen door het opleggen van aangepaste veiligheidsregels en dat, wanneer zich toch een ongeval heeft voorgedaan, maatregelen genomen worden om de schadelijke gevolgen ervan te beperken. Van de overheid wordt tevens verwacht dat zij de bevolking daarover afdoende inlicht.

Hoewel er aanzienlijke voorzorgen genomen worden om ongevallen van grote omvang in nucleaire installaties te voorkomen, dient de overheid er toch voor te zorgen klaar te zijn om beschermende maatregelen te kunnen nemen in geval van een nucleair ongeval met radiologische gevolgen, niet enkel voortkomende van de kerninstallaties op het Belgische grondgebied, maar evenzeer voortkomende van installaties in het buitenland gevestigd, evenals ten gevolge van het transport van radioactieve stoffen.

Dit noodplan, d...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf