Koninklijk besluit betreffende de opslagplaatsen voor vloeibaar gemaakt handelspropaan, handelsbutaan of mengsels daarvan in vaste ongekoelde houders.

Wetgeving › Sección Única

Gelinkt als:

Extract


Koninklijk besluit betreffende de opslagplaatsen voor vloeibaar gemaakt handelspropaan, handelsbutaan of mengsels daarvan in vaste ongekoelde houders.

Artikel 1. (Zie NOTA 1 onder TITEL) Toepassingsgebied.

1.1. (Onverminderd de voorschriften van het algemeen reglement voor de arbeidsbescherming en van de bijzondere voorwaarden die bij de vergunningsbesluiten waarvan sprake in titel 1 van dit reglement kunnen opgelegd worden, is dit besluit van toepassing op de opslagplaatsen voor vloeibaar gemaakt handelspropaan, handelsbutaan of mengsels daarvan in vaste ongekoelde houders, die als gevaarlijk, ongezond of hinderlijk gerangschikt zijn.)

1.2. (Behoudens wat bepaald is in artikel 22, is dit besluit niet van toepassing op de opslagplaatsen;

1. die op de datum van de inwerkingtreding ervan in bedrijf waren gesteld krachtens vergunningen verleend overeenkomstig titel 1 van het algemeen reglement voor de arbeidsbescherming.

2. die op dezelfde datum in bedrijf waren gesteld en die, vóór 15 oktober 1968, niet als gevaarlijk, ongezond of hinderlijk ingedeeld waren.)

1.3. Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan 1° onder "inhoudsvermogen van de houders", hun waterinhoudsvermogen, 2° onder "erkend organisme", het onder artikel 8.1. bedoeld organisme.

Art. 2. (.....)

Art. 3. (Zie NOTA 1 onder TITEL) Installatie van de houders.

3.1. Algemene voorwaarden.

3.1.1. De houders moeten boven de grond aangelegd worden (bovengrondse houders) of ingegraven worden (ingegraven houders).

3.1.2. Het is verboden ze binnen of op het dak van een gebouw of in gemetselde kuilen aan te leggen.

3.1.3. Het is verboden boven elkaar liggende houders of houders met verschillende onder elkaar niet rechtstreeks verbonden afdelingen aan te leggen. Worden niet als rechtstreeks verbonden beschouwd, de afdelingen waarvan de verbinding door afsluiters, kranen of kleppen kan afgesloten worden.

3.2. Bovengrondse houders.

3.2.1. De minimumafstand in horizontale projectie gemeten, die de houder moet scheiden van elke opening van een woonlokaal, van elke opening van een werklokaal dat niet onderworpen is aan het open vuurverbod, van elke openbare weg en van elk naburig eigendom, wordt hierna opgegeven:

Totaal inhoudsvermogen van de minimum

houders afstand

------- ---

minder dan 5 m3 5,00 m

van 5 m3 tot minder dan 10 m3 7,50 m

van 10 m3 tot minder dan 25 m3 10,00 m

van 25 m3 tot minder dan 50 m3 15,00 m

50 m3 tot minder dan 250 m3 25,00 m

250 m3 en meer 35,00 m

(Indien het totaal inhoudsvermogen van de houders evenwel kleiner is dan of gelijk is aan 3 m3, moet de minimumafstand, in horizontale projectie gemeten, die de houders moet scheiden van elke openbare weg en van elk naburi...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web