Gewestplan Oostende-Middenkust : definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Oostende-Middenkust op het grondgebied van de gemeenten Bredene, De Haan, Gistel,
Gewestplan Oostende-Middenkust : definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Oostende-Middenkust op het grondgebied van de gemeenten Bredene, De Haan, Gistel,
Gewestplan Oostende-Middenkust : definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Oostende-Middenkust op het grondgebied van de gemeenten Bredene, De Haan, Gistel, Middelkerke, Oostende en Oudenburg
Bij besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 wordt het erbij gevoegde plan tot gedeeltelijke wijziging van het koninklijk besluit van 15 februari 1974 houdende vaststelling van het gewestplan Oostende-Middenkust definitief vastgesteld voor delen van het grondgebied van de gemeenten Bredene, De Haan, Gistel, Middelkerke, Oostende en Oudenburg, afgebakend op de kaartbladen 4/7, 4/8, 12/1, 12/2, 12/3, 12/4, 12/5, 12/6 en 12/7 met aanvullende stedenbouwkundige voorschriften zoals vervat in de bijlagen 1 tot en met 10 bij dit besluit.De kaarten met de bestaande fysische en juridische toestand behorende tot de niet-normatieve delen van voormeld gewestplan, zijn vervat in de bijlagen 11 tot 19 bij dit besluit.Een bijzonder plan van aanleg moet worden opgemaakt voor het luchthavengebonden bedrijventerrein en het regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter ter hoogte van de Torhoutsesteenweg te Oostende.De Vlaamse minister bevoegd voor de ruimtelijke ordening is belast met de uitvoering van dit besluit.PROVINCIEBESTUUR WEST-VLAANDERENCommissie van advies voor de ruimtelijke ordening en de stedenbouw in West-VlaanderenVerslag van de vergadering van 9 maart 2001Op de vergadering zijn zeventien leden aanwezig. Vijf leden zijn verontschuldigd.De heer Paul BREYNE, gouverneur-voorzitter opent de vergadering.De Commissie is voldoende in aantal om geldig te beslissen.Afhandeling van de agenda.I. GEWESTPLAN OOSTENDE-MIDDENKUSTBesluit d.d. 8 juni 1999 van de Vlaamse regering houdende voorlopige vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Oostende-Middenkust op het grondgebied van de gemeenten Bredene, De Haan, Gistel, Middelkerke, Oostende en Oudenburg.Bespreking ontwerp-tekst adviesvormingOnderzoek van de adviezen, bezwaren en opmerkingen1. ALGEMEEN GEDEELTEDe Commissie formuleert na onderzoek van de bezwaren, opmerkingen en voorstellen standpunten en adviezen m.b.t. :1) de uitvoering van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen;2) de voorafgaande vaststellingen;3) de bescherming van de duingebieden;4) gebieden voor verblijfsrecreatie;5) de aanvullende stedebouwkundige voorschriften.1) Uitvoering Ruimtelijk Structuurplan VlaanderenDe Commissie stelt vast dat in de voorliggende gewestplanwijziging voorstellen zijn opgenomen voor :- bestemmingswijzigingen die uitvoering moeten geven aan de doelstellingen en inhoudelijke opties van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen voor de vier structuurbepalende componenten op Vlaams niveau, met name de stedelijke gebieden, het buitengebied, de gebieden voor economische activiteiten en de lijninfrastructuren;- wijzigingen van eerder lokaal belang.Ingevolge artikel 7, § 3, van het decreet van 24 juli 1966 houdende de ruimtelijke planning, is de Gewenste Ruimtelijke Structuur van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen richtinggevend voor de overheid en kan de Vlaamse regering er alleen kan afwijken met een gemotiveerde beslissing. De Commissie stelt vast dat het besluit van 8 juni 1999 geen bepalingen bevat die hetzij omwille van onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of omwille van dringende sociale, economische of budgettaire redenen, een afwijking van het richtinggevend gedeelte van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, motiveren.De Commissie stelt tevens vast dat bestemmingswijzigingen worden gemotiveerd omdat de nieuwe bestemmingen zich vermoedelijk zullen bevinden in het regionaal stedelijk gebied OOSTENDE en dat verwacht wordt dat de voorgestelde bestemmingswijzigingen passen binnen de globale visie op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Oostende. De Commissie is de mening toegedaan dat ingevolge de bindende bepalingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, het Vlaams Gewest vooraf, in sam...