31 JANUARI 2002. - Decreet tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra (VERTALING). (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-03-2002 en tekstbijwerking tot 01-09-2006).

Wetgeving › Sección Única

Gelinkt als:

Extract


31 JANUARI 2002. - Decreet tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra (VERTALING). (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-03-2002 en tekstbijwerking tot 01-09-2006).

HOOFDSTUK I. - Algemeen.

Artikel 1. Dit statuut is van toepassing op :

1° de leden van het tijdelijk en definitief gesubsidieerd technisch personeel van de officiële psycho-medisch-sociale centra die worden gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, met uitzondering van deze personeelsleden die geen weddetoelage krijgen ten laste van de Franse Gemeenschap, behoudens de vermeldingen in artikel 23, § 2, eerste lid, en in artikelen 25, § 2, en 32, § 2;

2° de inrichtende machten van deze centra.

Voor de toepassing van dit decreet :

1° dient te worden verstaan onder "centrum" of "psycho-medisch-sociaal centrum", de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra van onderwijsinrichtingen voor voltijds kleuter-, lager en secundair onderwijs en (gespecialiseerd onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra voor inrichtingen voor (gespecialiseerd) onderwijs;

2° dient te worden verstaan onder "vacante betrekking", de betrekking die door de inrichtende macht is vrijgemaakt en die niet is toegekend aan een vast benoemd personeelslid in de zin van dit decreet en die in aanmerking komt voor het toelagestelsel van de Franse Gemeenschap en waarvoor een weddetoelage werd toegestaan;

3° zijn de begrippen "hoofdambt" en "bijambt" gedefinieerd overeenkomstig het koninklijk besluit van 15 april 1958 tot vaststelling van het geldelijk statuut van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Onderwijs;

4° dient te worden verstaan onder "bijkomende regels van de bevoegde paritaire commissie", de regels die bovenop dit decreet zijn vastgelegd door de in artikel 101, § 1, bedoelde paritaire commissies;

5° worden de termijnen als volgt berekend :

a) de datum van de akte, waarmee alles begint, wordt niet meegerekend;

b) de vervaldatum zit vervat in de berekening; wanneer deze dag valt op een zaterdag, een zondag of een feestdag, de feestdagen van of in de Franse Gemeenschap inbegrepen, valt de vervaldag evenwel op de eerstvolgende werkdag;

6° het dienstjaar begint op 1 september van een jaar en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar.

(7° dient men, per vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan bedoeld in artikel 92, § 1, en 101, § 1, te verstaan :

a) tot 31 december 2003 en in afwijking van artikelen 92, § 2, en 101, § 2, diegenen onder de organen bedoeld in artikel 1 van het besluit van de Franse Gemeenschapsregering van 18 juni 1998 tot erkenning van de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten van het onderwijs, waarbij de inrichtende machten van de psycho-medisch-sociale centra aansluiten;

b) vanaf 1 januari 2004, diegenen onder de organen bedoeld in artikel 5bis , § 1, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving waarbij de inrichtende machten van de psycho-medisch-sociale centra aansluiten.)

Het gebruik in dit decreet van mannelijke benamingen voor verschillende bekwaamheidsbewijzen en ambten is gemeenslachtelijk zodat de leesbaarheid van de tekst gegarandeerd is niettegenstaande de bepalingen van het decreet van 21 juni 1993 betreffende de vervrouwelijking van beroepsnamen.

Art. 2. De ambten van het technisch personeel zijn als volgt gerangschikt :

1° Wervingsambten :

a) psycho-pedagogisch consulent;

b) maatschappelijk werker;

c) paramedisch werker;

d) psycho-pedagogisch werker;

2° Bevorderingsambten :

a) directeur.

Art. 3. De inrichtende macht bepaalt de volgorde van de opvolging van de ambten in het (de) centrum (centra) die zij inricht, rekening houdend met de bepalingen van artikelen 3 en 4 van de wet van 1 april 1960 betreffende de psycho-medisch-sociale centra, na het advies te hebben ingewonnen van de lokale paritaire commissie.

Het in het eerste lid bedoelde advies wordt uitgebracht binnen de twintig dagen.

De opvolging van de ambten wordt vastgelegd voor een termijn van drie dienstjaren. Zij wordt verlengd voor dezelfde termijn, behalve wanneer een nieuwe opvolging van de ambten die is vastgelegd volgens dezelfde wijzen als deze bedoeld in het eerste lid ter kennis wordt gebracht van de Regering via een ter post aangetekend schrijven, vóór 1 september van het laatste dienstjaar van de lopende termijn.

(In afwijking van het vorige lid en volgens dezelfde nadere regels als deze die bedoeld zijn in het eerste lid, wijzigt de inrichtende macht, in de periode van drie dienstjaren zoals bedoeld in het vorige lid, de opvolging van de ambten bepaald overeenkomstig de vorige leden :

1° bij de definitieve ambtsneerlegging van een psycho-pedagogisch werker die de toepassing van de overgangsmaatregelen bedoeld in de artikelen 121 tot 123 heeft genoten;

2° wanneer de inrichtende macht de vrijstelling geniet bedoeld in artikel 3, § 2, vierde of vijfde lid of in artikel 4, § 2, vierde of vijfde lid van de voormelde we...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf