Omzendbrief BA-2000/03 van 26 mei 2000 Gemeentebelastingen : coördinatie van de onderrichtingen

Wetgeving › Sección Única

Gelinkt als:

Extract


Omzendbrief BA-2000/03 van 26 mei 2000 Gemeentebelastingen : coördinatie van de onderrichtingen

Artikel M. (Om technische redenen werd deze omzendbrief onderverdeeld in fictieve artikelen : M en M1 tot M5.) GECOORDINEERDE OMZENDBRIEF GEMEENTEBELASTINGEN

Art. M1. INLEIDING Belastingen zijn de belangrijkste bron van inkomsten voor de gemeenten en vormen daarmee één van de pijlers van de gemeentelijke autonomie. Uiteraard zijn het vooral de beide hoofdbelastingen, de onroerende voorheffing en de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting, die voor het basisinkomen zorgen. Daarnaast en ter aanvulling kunnen de gemeenten een aantal eigen belastingen heffen, specifiek afgestemd op de lokale omstandigheden of ter ondersteuning van bepaalde beleidsaspecten.

Er is een waaier van mogelijkheden. Alleen de wetgever kan terzake verbodsbepalingen opleggen en hij heeft dat in een beperkt aantal gevallen ook gedaan. Daarbuiten zijn in principe alle gemeentebelastingen toegelaten voorzover ze niet strijdig zijn met de wet of met het algemeen belang. Het algemeen belang moet volgens artikel 30, § 5, van het toezichtdecreet van 28 april 1993 begrepen worden als :

- de beginselen van een behoorlijk en goed bestuur;

- het algemeen beleid;

- de belangen van de hogere overheid.

Behalve met specifieke wetsbepalingen moeten gemeentebelastingen alleszins verenigbaar zijn met het gelijkheidsbeginsel. Dit principe is door de grondwet algemeen geformuleerd (artikelen 10 en 11), maar bovendien expliciet bevestigd inzake fiscaliteit (artikel 172). Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat gelijke toestanden eenzelfde fiscale behandeling moeten krijgen terwijl ongelijke toestanden op ongelijke wijze worden behandeld. Het maken van onderscheiden belastingcategorieën is toegestaan indien het onderscheid objectief is en redelijk verantwoord naar gelang van de aard en het doel van de belasting. Gevestigde rechtspraak heeft tot deze beoordelingsnorm geleid.

In het verleden werden talrijke onderrichtingen verstrekt over diverse gemeentebelastingen. Een aantal ervan kan nog steeds van nut zijn en werd, indien nodig geactualiseerd, opnieuw opgenomen in deze omzendbrief. In voetnoot is verwezen naar de refertes en naar de datum van het staatsblad waarin gepubliceerde omzendbrieven zijn opgenomen.

Deze omzendbrief vervangt de vroegere onderrichtingen en moet vooral gelezen worden als een hulpmiddel bij de heffing van eigen gemeentebelastingen. De fiscale autonomie van de gemeente is het uitgangspunt : daarom worden er alleen aanbevelingen gedaan. Wel is er verwezen naar een aantal wettelijke of decretale bepalingen die de gemeenten moeten naleven.

In het eerste deel van deze omzendbrief worden de gemeentebelastingen in het algemeen behandeld, met bijzondere aandacht voor de wettelijke regeling van de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure. In het tweede deel worden een aantal specifieke belastingen behandeld.

De opmaak van het document is erop gericht om later eventueel afzonderlijke bladzijden te kunnen vervangen zodat de tekst als geheel bruikbaar blijft.

Art. M2. I. DE GEMEENTEBELASTINGEN IN HET ALGEMEEN

1. Belastingen en retributies

De wetgever geeft geen bepaling van deze begrippen. Ook in de rechtsleer is men het erover eens dat een scheidingslijn niet strikt te trekken is en dat de aard van de vergoeding derhalve geval per geval moet worden onderzocht. Hierbij kunnen de volgende criteria van de omschrijving van een retributie gehanteerd worden :

- een billijke vergoeding van de kostprijs;

- voor een door de overheid verrichte dienst aan een particulier;

- in diens persoonlijk belang;

- en op zijn vrijwillig verzoek.

Het onderscheid is vooral van belang voor de vervolging bij niet-vrijwillige betaling. Voor retributies moet immers de regeling van het burgerlijk recht gevolgd worden. Dit is kostelijker en omslachtiger dan de fiscale procedure waarbij de uitvoerbare titel verkregen wordt door de inkohiering van de belastingschuld. Het ligt dan ook voor de hand dat zoveel mogelijk geopteerd wordt voor belastingen. Het is uiteraard niet voldoende om een vergoeding als belasting te benoemen om er effectief ook een belasting van te maken. Dit wordt uitsluitend bepaald door de aard van en de voorwaarden voor de vergoeding en het wordt in laatste instantie beoordeeld door de rechter. Drie van de bovenstaande elementen van de omschrijving laten trouwens ruimte voor variatie zodat de belastingaard meer benaderd kan worden :

- wanneer naast de kostprijs ook beleidsondersteunende factoren meespelen bij de bepaling van het tarief, bijvoorbeeld ter ontrading of juist ter stimulering van een bepaald gedrag;

- wanneer behalve het persoonlijk belang ook het algemeen belang gediend wordt door de dienstverlening;

- de vrijwillige aanvraag wordt in de rechtspraak soms wel, soms niet gezien als noodzakelijk criterium. Voor afgifte van administratieve stukken wordt dit criterium nochtans wel gehanteerd : stukken die worden aangevraagd wegens wettelijke of reglementaire verplichtingen zijn onde...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf