Besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie. - (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 18-11-1994 en tekstbijwerking tot 19-10-2006.)

Wetgeving › Sección Única

Gelinkt als:

Extract


Besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie. - (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 18-11-1994 en tekstbijwerking tot 19-10-2006.)

DEEL I. - Toepassingsbereik en terminologie.

Artikel 1. Dit besluit regelt een aangelegenheid bedoeld in de artikelen 115, § 1, 1e lid, 121, § 1, 1e lid, 116, § 1, 127, 128, 129, § 1, 131, 132, 135, 137 en 175 van de Grondwet, krachtens de artikelen 138 en 178 van de Grondwet.

Art. 2. Zijn gebonden aan dit besluit, de ambtenaren en stagiaires van onderstaande instellingen van openbaar nut :

1° het Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding;

2° het Franstalig Brussels Fonds voor de sociale integratie van de gehandicapten en hun inschakeling in het arbeidsproces.

Art. 3. Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder :

- instelling : elke van de instellingen bedoeld in artikel 2;

- representatieve vakorganistie : vakorganisatie waarvan de criteria van representativiteit zijn vastgesteld in artikel 7 en 8 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;

- instantie die de benoemingsmacht uitoefent : de instantie waaraan expliciet de benoemingsmacht werd verleend bij organiek decreet.

Voor het Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding, moet onder " instantie die de benoemingsmacht uitoefent " verstaan worden het College of het Beheerscomité, verwijzend naar het organiek decreet.

DEEL II. - Algemene bepalingen.

Art. 4. Ambtenaar is elkeen die, in vast dienstverband, benoemd is bij de instellingen bedoeld in artikel 2.

Stagiair is elkeen die werd toegelaten tot een stage met het oog op een benoeming in vast dienstverband.

Dit besluit stelt het statuut van de ambtenaren en de stagiaires van de instellingen, bedoeld in artikel 2, vast.

Art. 5. § 1. Elke instelling heeft haar specifieke personeelsformatie. Deze omvat het totaal aantal toe te kennen betrekkingen, gerangschikt per niveau en per rang, en de benamingen van de hiermee overeenstemmende graden, zoals deze door het College werden vastgesteld met het oog op de permanente taken die, in het raam van het zichzelf vooropgestelde beleid, moeten worden uitgevoerd.

§ 2. Het organogram van de diensten wordt vastgesteld door de Directieraad van elke instelling.

Art. 6. De ambtenaren worden benoemd in graden, hiërarchisch verdeeld in vijf niveaus en in rangen die zijn vastgesteld bij besluit van het College.

De vijf niveaus telkens met het vereiste opleidingsniveau zijn de volgende :

- niveau 1 : universitair onderwijs en hoger onderwijs van het lange type gelijkgesteld met universitair niveau;

- niveau 2+ : hoger onderwijs van het korte type of daarmee gelijkgesteld onderwijs;

- niveau 2 : hoger secundair onderwijs of daarmee gelijkgesteld onderwijs;

- niveau 3 : lager secundair onderwijs of daarmee gelijkgesteld onderwijs;

- niveau 4 : geen diploma.

De lijst van diplima's die toegang geven tot de verscheidene niveaus werden als bijlage 2 aan dit besluit toegevoegd.

Art. 7. Het niveau van een graad bepaalt de plaats van die graad in de hiërarchie volgens de kwalificatie van de opleiding en de geschiktheid waarvan blijk moet worden gegeven opdat die graad kan worden toegekend.

De rang bepaalt de betrekkelijke waarde van een graad in zijn niveau.

De graad is de titel die de ambtenaar in een rang situeert en hem machtigt tot het bekleden van een van de betrekkingen welke met die graad overeenstemmen.

De graden van eenzelfde rang heten gelijkwaardige graden.

De graden worden bij besluit van het College over de onderscheiden niveaus en rangen verdeeld.

Art. 8. De ambtenaren-generaal zijn de ambtenaren die bekleed zijn met een graad die is ingedeeld in de rangen 16 en 15.

DEEL III. - Rechten en plichten.

Art. 9. De ambtenaren hebben het recht op vrijheid van meningsuiting ten aanzien van de feiten waarvan zij kennis hebben uit hoofde van hum ambt.

Het is hun enkel verboden die feiten bekend te maken die betrekking hebben op de nationale veiligheid, de bescherming van de openbare orde, de financiële belangen van de overheid, het voorkomen van strafbare feiten, het medisch geheim, de rechten en vrijheden van de burger en in het bijzonder het recht op eerbied voor het privéleven; dit verbod geldt bovendien voor feiten die betrekking hebben op de voorbereiding van alle beslissingen.

De bepalingen van de voorgaande leden gelden eveneens voor de ambtenaren die hun ambt hebben neergelegd.

Art. 10. De ambtenaren hebben recht op informatie en voortgezette opleiding wat alle aspecten betreft die nuttig zijn voor het uitvoeren van hun taak en om te kunnen voldoen aan de evaluatiecriteria en bevorderingsvereisten. De opleiding moet hun worden verstrekt wanneer ze een bevorderingsvoorwaarde is of een onderdeel van de evaluatiecriteria uitmaakt.

Tijdens de periodes van afwezigheid die gerechtvaardigd worden door deelname aan vormingsactiviteiten is de ambtenaar in actieve dienst.

Art. 11. Elke ambtenaar heeft het recht zijn persoonlijk dossier te raadplegen.

Art. 12. § 1. Onverminderd de uitoef...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf