Decreet betreffende het Boswetboek.

Wetgeving › Sección Única

Gelinkt als:

Extract


Decreet betreffende het Boswetboek.

TITEL 1. - Algemene bepalingen.

Artikel 1. De bossen en de wouden vormen een natuurlijk, economisch, sociaal, cultureel en landschappelijk erfgoed. Hun duurzame ontwikkeling dient te worden gewaarborgd door hun economische, hun ecologische en hun sociale functie vreedzaam naast elkaar te laten bestaan.

De duurzame ontwikkeling van de bossen en de wouden houdt de noodzaak in om volgende beginselen evenwichtig en adequaat toe te passen :

1° de instandhouding en de verbetering van de rijkdommen van bos en woud en hun bijdrage tot de koolstofcyclus;

2° de instandhouding van de gezondheid en de levenskracht van de bosecosystemen;

3° de instandhouding van en het aanzetten tot de productieve functies van bos en woud;

4° de bewaring, de instandhouding en de verbetering van de biologische diversiteit in de bosecosystemen;

5° de instandhouding en de verbetering van de beschermende functies in het bos- en woudbeheer, meer bepaald bodem en water;

6° de instandhouding en de verbetering van andere sociaal-economische voordelen en omstandigheden.

Het duurzame beheer van de bossen en de wouden houdt meer bepaald het behoud in van een evenwicht tussen naaldhoutbestand en loofhoutbestand en de bevordering van een gemengd bos van verschillende leeftijden dat aangepast is aan de klimaatveranderingen en dat sommige gevolgen ervan kan verzachten.

Art. 2. Dit Wetboek is van toepassing op de bossen en de wouden.

Daarmee gelijkgesteld worden :

1° de gronden die bij de bossen en de wouden behoren, zoals de ruimtes met natuurlijke habitats, de houtopslagen, de open voederplaatsen, de moerassen, de vijvers, de brandwegen;

2° de zaadgaarden voor het langs geslachtelijke weg verkregen teeltmateriaal, evenals de moederplanten, de verzamelingen moederplanten en de uitgangsexplantaten voor het vegetatief teeltmateriaal.

Dit Wetboek is niet van toepassing op :

1° de bossen en de wouden die de Staat beheert voor militaire of penitentiaire doeleinden;

2° de bossen en de wouden die op het gewestplan opgenomen zijn als deel van een parkgebied, woongebied of woongebied met een landelijk karakter;

3° de lijnbeplantingen en de houtkanten bestaande uit bomen of struiken die, berekend vanaf het middelpunt van de voet ervan, maximaal tien meter breed zijn, langs :

a) de andere landwegen dan de paden en wegen;

b) de waterwegen;

c) de landbouwgronden.

Art. 3. In de zin van dit Wetboek wordt verstaan onder :

1° personeelslid : elke ambtenaar van de diensten van de Regering die door laatstgenoemde erkend is in de hoedanigheid van ingenieur voor natuur en bossen of van aangestelde voor natuur en bossen;

2° gebied : afgebakende zone die toegankelijk is voor voetgangers of die gebruikt wordt voor ofwel het kortstondig parkeren van voertuigen, ofwel het beoefenen van sommige recreatie-activiteiten, ofwel het tijdelijk verblijf, zonder financiële tegenprestatie;

3° toekomstboom : eliteboom die deel zal uitmaken van het eindbestand;

4° rechthebbende : éénieder die een persoonlijk recht krijgt op de bossen en wouden van hun eigenaar;

5° bebakening : het plaatsen, tijdens een duur van minder dan elf dagen in de bossen en de wouden, van tekens die moeten aanzetten tot het gebruiken van een voor het verkeer opengestelde weg of van een gebied of die dat mogelijk moeten maken en het plaatsen, tijdens een duur van meer dan tien dagen in de bossen en de wouden, van tekens die moeten aanzetten tot het gebruiken van een gebied of dat mogelijk moeten maken;

6° privé-bossen en -wouden : bossen en wouden die niet voor de bosregeling in aanmerking komen;

7° weg : voor het verkeer opengestelde weg uit aarde of een steenlaag, die breder is dan een pad en die niet bestemd is voor het verkeer van voertuigen in het algemeen;

8° dringende kapping : kapping voor het weghalen van windworp of om dwingende sanitaire of veiligheidsredenen;

9° uitgangsexplantaat : stukje orgaan of weefsel dat verwijderd wordt uit een geselecteerde boom en in vitro bewaard wordt met het oog op latere vegetatieve vermeerderingen;

10° exploitatie : het kappen en uitslepen van bomen, de dringende kappingen uitgezonderd, of het oogsten van bosproducten, behoudens de afname, en he...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf