22 MEI 2001. - Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken

Belgisch Staatsblad, 16 Juin 2001

Wettelijke Bekendmakingen en Verschillende Berichten - MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN

Relié comme:




Extrait


22 MEI 2001. - Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2. Instemming wordt betuigd met het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 22 mei 2001.

ALBERT

Van Koningswege :

De Minister van Binnenlandse Zaken,

A. DUQUESNE

De Minister van Werkgelegenheid,

Mevr. L. ONKELINX

De Minister van Consumptiezaken,

Volksgezondheid en Leefmilieu,

Mevr. M. AELVOET

De Minister van Economie en Wetenschappelijk onderzoek,

Ch. PICQUE

Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken

Gelet op de Richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken;

Gelet op het Verdrag betreffende de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen, ondertekend te Helsinki op 17 maart 1992;

Gelet op het Verdrag nr. 174 betreffende de voorkoming van zware industriële ongevallen, aangenomen te Genève op 22 juni 1993 door de Internationale Arbeidsorganisatie tijdens haar tachtigste zitting en goedgekeurd bij de wet van 6 september 1996;

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 op de hervorming van de instellingen inzonderheid op artikel 6, § 1, I en II en artikel 92bis, § 3, b), gewijzigd bij de bijzondere wetten van 8 augustus 1988 en 16 juli 1993;

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993, inzonderheid op artikel 4 en 42;

Gelet op het advies nr.17 van 16 oktober 1988 van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk;

Gelet op het advies van 20 januari 1999 van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;

Gelet op het advies van 21 januari 1999 van de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen;

Overwegende dat krachtens artikel 92bis, § 3, b), van voormelde bijzondere wet de federale overheid en de gewesten gehouden zijn een samenwerkingsakkoord te sluiten voor de toepassing op federaal en gewestelijk vlak van de regelen die de Europese Gemeenschap heeft vastgesteld inzake de risico's van zware ongevallen bij bepaalde industriële activiteiten;

Overwegende dat die materie thans het voorwerp uitmaakt van voormelde Richtlijn 96/82/EG;

Overwegende dat krachtens artikel 24 van die Richtlijn de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om er uiterlijk op 3 februari 1999 aan te voldoen;

Overwegende dat de bovenvermelde Verdragen van Helsinki en Genève betrekking hebben op dezelfde materie en dat het derhalve aangewezen is de tenuitvoerlegging ervan te verzekeren door middel van hetzelfde samenwerkingsakkoord;

Overwegende dat de tenuitvoerlegging van die bepalingen deels tot de federale en deels tot de gewestelijke bevoegdheid behoort en dat sommige bepalingen tot zowel de federale als de gewestelijke bevoegdheid behoren;

Overwegende dat een gecoördineerde en doeltreffende tenuitvoerlegging van die bepalingen enerzijds, en de noodzaak de exploitanten van de door die bepalingen beoogde inrichtingen niet te confronteren met onvoldoende op mekaar afgestemde of overlappende regelgeving anderzijds, vereist dat dat gebeurt door middel van een samenwerkingsakkoord dat rechtstreeks van toepassing is;

Overwegende dat alleen een samenwerkingsakkoord met kracht van wet een voldoende garantie biedt om voor het hele Belgische grondgebied een optimaal gecoördineerde regeling te treffen;

Overwegende dat dit samenwerkingsakkoord niet belet dat de gewesten in hun wetgeving op de gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke inrichtingen de verplichting kunnen opleggen om een veiligheidsrapport of een veiligheidsstudie op te stellen met het oog op het beoordelen van ...

Voir le contenu complet de ce document