5 JULI 2005. - Koninklijk besluit houdende goedkeuring van het beheerscontract gesloten tussen de Staat en de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. - Addendum

Belgisch Staatsblad, 22 Septembre 2005

Wettelijke Bekendmakingen en Verschillende Berichten - FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER

Relié comme:




Extrait


5 JULI 2005. - Koninklijk besluit houdende goedkeuring van het beheerscontract gesloten tussen de Staat en de naamloze vennootschap van publiek recht Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. - Addendum

In het Belgisch Staatsblad van 31 augustus 2005, tweede uitgave, bladzijde 37985, de bijlagen aan het Beheerscontract tussen de Staat en de naamloze vennootschap van publiek recht N.M.B.S. toevoegen :

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

BIJLAGE 4

Voorwoord

(i) Teneinde na de reorganisatie van de NMBS op 1 januari 2005 een gemeenschappelijke benadering te behouden inzake planning en monitoring van de spoorweginvesteringen door de drie nieuwe ondernemingen alsook een eenvormig systeem voor de opvolging en de controle door de Staat, is deze bijlage identiek voor de beheerscontracten van de NV's NMBS Holding, Infrabel en NMBS. In de hierna volgende tekst wordt de medecontractant van de Staat aangeduid met de generieke term « Maatschappij ». Iedere wijziging aan de format van de documenten waarvan sprake in deze bijlage, die de gemeenschappelijke benadering inzake planning, monitoring en opvolging in het gedrang zou kunnen brengen, zal het voorwerp zijn van overleg tussen de drie Maatschappijen en het Directoraat-Generaal Vervoer te Land.

(ii) Het Investeringscomité zorgt voor de goede coördinatie van de meerjareninvesteringsplannen en de jaarlijkse investeringsprogramma's van de drie Maatschappijen.

(iii) Deze bijlage definieert de verschillende instrumenten voor planning, monitoring, opvolging en controle van de spoorweginvesteringen en beschrijft de formats voor de presentatie en de rapporten.

PLANNING VAN DE SPOORWEGINVESTERINGEN, OPVOLGING EN CONTROLE VAN DE UITVOERING

De volgende vier instrumenten worden momenteel gebruikt voor de planning van de spoorweginvesteringen en spelen een rol in de monitoring, de opvolging en de controle van die investeringen, zowel intern binnen de Maatschappij als extern door het Directoraat-Generaal Vervoer te Land (DGVL) :

- het meerjareninvesteringsplan, dat de planning op lange termijn bepaalt;

- het jaarlijks investeringsprogramma of het investeringsbudget, dat op jaarbasis een preciezere interpretatie geeft van het meerjarenplan;

- de projectdossiers, die de omschrijving, de planning, de kostenraming en de budgettaire ramingen geven, alsook de opvolgingsinstrumenten voor de spoorweginvesteringsprojecten die zijn gekenmerkt door een uitvoeringsduur die begrensd wordt door een einddatum van het project, en moeten worden onderscheiden van de projecten van doorlopende aard waarvoor collectieve dossiers worden opgesteld;

- het dossier met betrekking tot de investeringsbeslissing (« groen licht » genoemd na gunstig advies van het DGVL) dat de gedetailleerde inlichtingen geeft over de aard, de planning en de uitvoeringskosten van de verschillende investeringen (prestaties in eigen beheer, opdrachten voor de aanneming van werken, diensten of leveringen enz.) die deel uitmaken van een project.

De hoofdstukken I tot IV hierna beschrijven in detail elk van die vier instrumenten, alsook de mechanismen voor opvolging en controle die daarop betrekking hebben.

Hoofdstuk V beschrijft de aanbevolen migratieprocedure met het oog op het - op termijn - afzien van het laatste instrument (voorafgaand advies van het DGVL over de investeringsbeslissing) ten gunste van het derde instrument (projectdocumenten), die momenteel wordt ontwikkeld.

I. HET MEERJARENINVESTERINGSPLAN

Het meerjareninvesteringsplan van de Maatschappij omvat de planning van de spoorweginvesteringen over meerdere jaren met betrekking tot de verwerving, de bouw en de instandhouding van de spoorweginfrastructuur en de planning van de investeringen in rollend materieel.

De coördinatie tussen de meerjareninvesteringsplannen van de drie Maatschappijen wordt verzekerd door het Investeringscomité.

I.1 INHOUD EN VORM VAN HET MEERJARENINVESTERINGSPLAN

Het meerjareninvesteringsplan omvat, alle financieringswijzen samen genomen, ten minste de volgende elementen :

1. De beschrijving en de analyse van de Europese en Belgische context waarbinnen het spoorwegverkeer evolueert, meer bepaald inzake mobiliteit en exploitatieveiligheid.

2. De toestand van de vorderingen met betrekking tot de uitvoering van het vorige meerjarenplan.

3. De doelstellingen van het nieuwe investeringsplan (strategische en specifieke doelstellingen, zowel op het vlak van mobiliteit als op het vlak van de exploitatieveiligheid), met de nodige verwijzingen naar de door de bevoegde overheden genomen beslissingen.

4. De voorstelling van het nieuwe meerjareninvesteringsplan dat onder andere de volgende documenten omvat :

- Een globale overzichtstabel, opgesteld volgens een duidelijk en vast schema voor de volledige duur van het plan, dat voor elk jaar van het plan de vereiste financiering geeft, ongeacht de financieringswijze, voor elk van de zes rubrieken en hun onderafdelingen die hierna zijn vermeld.

De rubrieken, subrubrieken en onderafdelingen zijn de volgende :

Rubriek I - Infrastructuur : Investeringen op de klassieke lijnen (niet-HSL).

I.1 Investeringen van algemeen belang

I.2 Modernisering van de knooppunten (waaronder Brussel, Antwerpen, G...

Voir le contenu complet de ce document