Arrest nr. 39/99 van 30 maart 1999 Rolnummers 1210, 1282, 1313 en 1323 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 8, § 2, vierde lid, van de wet van 10 juli 1996 tot wijziging van de wet van 15 dec

Belgisch Staatsblad, 16 Juin 1999

Wettelijke Bekendmakingen en Verschillende Berichten - ARBITRAGEHOF

Relié comme:




Extrait


Arrest nr. 39/99 van 30 maart 1999 Rolnummers 1210, 1282, 1313 en 1323 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 8, § 2, vierde lid, van de wet van 10 juli 1996 tot wijziging van de wet van 15 dec

Arrest nr. 39/99 van 30 maart 1999

Rolnummers 1210, 1282, 1313 en 1323

In zake : de prejudiciële vragen over artikel 8, § 2, vierde lid, van de wet van 10 juli 1996 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel.

Het Arbitragehof,

samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de rechters P. Martens, J. Delruelle, E. Cerexhe, H. Coremans en A. Arts, bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de prejudiciële vragen

a. Bij beschikking van 25 november 1997 in zake F. Zekaj en V. Zekaj tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 9 december 1997, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld :

« Schendt artikel 8, § 2, vierde lid, van de wet van 10 juli 1996, die de wet van 15 december 1980 [betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen] heeft gewijzigd, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 6 en/of 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, doordat het ieder afzonderlijk beroep tegen de beslissingen van de eerste voorzitters van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen verbiedt ? »

Die zaak is ingeschreven onder nummer 1210 van de rol van het Hof.

b. Bij beschikking van 19 januari 1998 in zake I. Nikolskiy tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 23 januari 1998, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld :

« Schendt artikel 8, § 2, vierde lid, van de wet van 10 juli 1996 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 [betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen] de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 6 en/of 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens :

- doordat de modaliteiten waarin het voorziet voor de daadwerkelijke keuze van de proceduretaal verschillen van die waarin artikel 2 van dezelfde wet voorziet;

- doordat het ieder afzonderlijk beroep tegen de voorbereidende beslissing van de eerste voor...

Voir le contenu complet de ce document