Ministerieel besluit houdende vaststelling van de lijst van ammoniakemissiearme stalsystemen in uitvoering van artikel 1.1.2 en artikel 5.9.2.1bis van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.

Wetgeving › Sección Única

Gelinkt als:

Extract


Ministerieel besluit houdende vaststelling van de lijst van ammoniakemissiearme stalsystemen in uitvoering van artikel 1.1.2 en artikel 5.9.2.1bis van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.

Artikel 1. Overeenkomstig artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, geldt als " Lijst van ammoniakemissiearme stalsystemen ", de lijst die als bijlage I is gevoegd bij dit besluit.

Art. 2. Opname van nieuwe systemen in deze lijst kan gebeuren volgens de " Procedure voor de beoordeling van emissiearme stalsystemen " zoals beschreven in bijlage II van dit besluit.

Brussel, 19 maart 2004.

J. TAVERNIER

BIJLAGEN.

Art. N1. Bijlage I. Lijst van stalsystemen voor ammoniakemissiereductie.

Hierna wordt een overzicht gegeven van stalsystemen voor ammoniakemissiereductie uit varkensstallen (V-lijst) en pluimveestallen (P-lijst). Er worden tevens twee systemen die uitgaande stallucht zuiveren opgenomen (S-lijst). Elk systeem wordt aangeduid met een unieke letter-cijfer combinatie en een korte omschrijving. Van elk systeem wordt vervolgens een beschrijving gegeven van de werking, de eisen aan de uitvoering, de eisen aan het gebruik, de nadere bijzonderheden en de beoordeling.

In een laatste punt worden de varkens- en pluimveecategorieën waarvoor (nog) geen of onvoldoende aan de praktijk getoetste emissiearme stalsystemen bestaan opgelijst (O-lijst).

Inhoudsopgave :

1. V-lijst : Lijst van reductietechnieken voor varkens.

2. P-lijst : Lijst van reductietechnieken voor pluimvee.

3. S-lijst : Lijst van technieken die de uitgaande stallucht zuiveren.

4. O-lijst : diercategorieën waarvoor nog geen emissiearme systemen bestaan.

Definities :

Voor zover in de specifieke beschrijving per systeem geen andere definities of omschrijvingen worden gehanteerd, wordt begrepen onder :

- emitterend (mest)oppervlak : contactoppervlak van de mest in de mestkelder met de stallucht;

- leefruimte : voor de dieren vrij toegankelijk, vrij vloeroppervlak;

- mestafvoersysteem : systeem om de mest uit de mestkanalen of andere (voorlopige) recipiënten af te voeren naar andere, van voornoemde kanalen of recipiënten afgesloten, externe of dieper gelegen mestopslag;

- waar emissiearme systemen grenzen aan niet-emissiearme stalsystemen, wordt ervan uitgegaan dat de respectievelijke mestopslagen niet met elkaar in verbinding staan;

- waar opsommingen worden gegeven zijn deze informatief maar niet limitatief (bv. " niet mestaanhechtend materiaal, bijvoorbeeld ... ").

1. V-lijst : Lijst van reductietechnieken voor varkens.

Maximale emissiefactor (EF) voor emissiearme stalsystemen voor varkens.

kg NH3/jaar.plaats

Biggenopfok (spenen tot 10 weken) 0,3

Kraamhokken 4,45

Guste en dragende zeugen 2,6

Vleesvarkens 1,4

1.1. Biggenopfok (spenen tot 10 weken).

Systeem V-1.1. Mestkanaal met schuine wand, mestverdunning en mestafvoersysteem.

Werking :

De ammoniakuitstoot wordt beperkt door verkleining van het emitterend mestoppervlak (één wand van het mestkanaal geplaatst onder een hoek van 45° tot 55° tov de putvloer), verdunning van de mest (door extra watertoevoeging) en door regelmatige mestafvoer (na afloop van elke biggenopfokronde).

Eisen aan de uitvoering :

1. Mestkanaal :

a) het mestkanaal is onder de roosters gelegen en is minimaal 0,50 m en maximaal 1,00 m diep (gemeten tussen onderzijde roosters en bovenzijde putvloer);

b) het mestkanaal heeft één schuine wand;

c) de schuine wand wordt onder de voorzijde van de hokken geplaatst;

d) de schuine wand heeft een helling die ligt in de range van 45° tot en met 55° ten opzichte van de putvloer;

e) de schuine wand dient gemaakt te zijn van een niet mestaanhechtend materiaal (zoals bv polyester, polyethyleen, roestvast staal, beton voorzien van coating of geglazuurde tegels).

2. Watervulsysteem :

a) voor het vullen van de mestkanalen met water wordt gebruik gemaakt van een vlottersysteem of van een waterdoseercomputer;

b) bij het gebruik van een vlottersysteem dient in de wateraanvoerleiding een geijkte waterpulsmeter te worden gemonteerd. Vervolgens komt op deze leiding een aansluiting voor de hogedrukreiniger en een aftap naar het mestkanaal. In het mestkanaal is de aftap voorzien van een kunststof vlotter met een doorlaatcapaciteit van circa 2 à 3 liter per minuut. Mestophoping op de vlotter moet worden voorkomen. Dit kan door boven de vlotter een plaat, gemaakt van niet mest aanhechtend materiaal, te monteren. Deze plaat moet zodanig zijn geconstrueerd dat hierop geen mest kan blijven liggen;

c) de hierboven beschreven uitvoering van het vlottersysteem geldt bij toepassing van All In -All Out per afdeling. Indien All In -All Out per afdeling niet wordt toegepast, moet bij de aanwezigheid van meerdere mestkanalen per afdeling, een geijkte waterpulsmeter in de wateraanvoerleiding worden gemonteerd;

d) bij het gebruik van een wate...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf