Résumé
Het feit dat verzoekster het dringend beroep niet zelf heeft geschreven, waardoor zij niet weet wat werd neergeschreven kan bezwaarlijk tegen de CGVS worden gebruikt. De CG kon er in alle redelijkheid van uitgaan dat verzoekster wist wat er in haar verzoekschrift tot het instellen van dringend beroep stond en mocht er dan ook in die mate mee rekening houden.
Voir le contenu complet de ce document
Extrait
Arrest de Raad van State - Nietigverklaring Nº 124319 de 16 Octobre 2003
RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE
A R R E S T nr. 124319 van 16 oktober 2003 in de zaak A. 91.995/VII-30.238 In zake :XXX, die woonplaats kiest bij: advocaat A. DE POURCQ, kantoor houdende te 2060 ANTWERPEN,Nachtegaalstraat 47 tegen :1. de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen,2. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken.DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Iraanse nationaliteit, op 22 mei 2000 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 31 maart 2000 tot bevestiging van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken van 24 januari 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten;Gelet op het arrest nr. 95.161 van 4 mei 2001 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van de genoemde bestreden beslissing wordt verworpen;Gelet op de beschikking van 6 september 2001 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend;Gelet op het administratief dossier;Gezien de memories van antwoord en wederantwoord;Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij teneinde te worden gehoord;Gelet op de beschikking van 11 juli 2003 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 23 september 2003;Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE;Gehoord de opmerkingen van advocaat A. DE RIDDER, die, loco advocaat A. DE POURCQ, verschijnt voor de verzoekende partij, van adjunct-adviseur E. VISSERS, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat E. MATTERNE, die versch...Voir le contenu complet de ce document
