Arrest de Grondwettelijk Hof nº 120/2008, de 01 Septembre 2008
Recours nº 4240
Décision n°120/2008
Défendeur: Beroep tot vernietiging
Recours nº 4240
Décision n°120/2008
Défendeur: Beroep tot vernietiging
Résumé
Programmawet (I) van 27 december 2006 (art. 234, 1°, a))
Voir le contenu complet de ce document
Extrait
Arrest nº 120/2008 de Grondwettelijk Hof, de 01 Septembre 2008
In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 234, 1°, a), en 235 van de programmawet (I) van 27 december 2006, ingesteld door de ivzw « Plasma Protein Therapeutics Association Europe ».
Het Grondwettelijk Hof,samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels en T. Merckx-Van Goey, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior,wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van het beroep en rechtsplegingBij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 26 juni 2007 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 27 juni 2007, heeft de ivzw « Plasma Protein Therapeutics Association Europe », met maatschappelijke zetel te 1200 Brussel, Brand Whitlocklaan 114/5, beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 234, 1°, a), en 235 van de programmawet (I) van 27 december 2006 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, derde editie).De Ministerraad heeft een memorie ingediend, de verzoekende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de Ministerraad heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend.Op de openbare terechtzitting van 29 mei 2008 :- zijn verschenen :. Mr. S. Vanden Bruel en Mr. D. Lontings, advocaten bij de balie te Brussel, voor de verzoekende partij;. Mr. P. Slegers, tevens loco Mr. L. Depré en Mr. P. Boucquey, advocaten bij de balie te Brussel, voor de Ministerraad;- hebben de rechters-verslaggevers J.-P. Snappe en L. Lavrysen verslag uitgebracht;- zijn de voornoemde advocaten gehoord;- is de zaak in beraad genomen.De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast.II. In rechte-A-Ten aanzien van de draagwijdte van de bestreden bepalingenA.1.1. De internationale vereniging zonder winstoogmerk « Plasma Protein Therapeutics Association Europe » (hierna : « PPTA Europe ») vordert de vernietiging van, enerzijds, artikel 234, 1°, a), van de programmawet (I) van 27 december 2006 - in zoverre het preciseert dat de verwijzing naar de wet van 5 juli 1994 « betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong » in artikel 191, eerste lid, 15°, vierde lid, 3°, van de wet « betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen » gecoördineerd op 14 juli 1994, zich beperkt tot artikel 5 van de wet van 5 juli 1994 - en, anderzijds, artikel 235 van de programmawet van 27 december 2006 - in zoverre het van toepassing is op artikel 234, 1°, a), van de programmawet van 27 december 2006. De verzoekende partij voert aan dat de berekening van de heffing op het omzetcijfer, verschuldigd door de farmaceutische ondernemingen op grond van artikel 191, eerste lid, 15°, vierde lid, 3°, van de wet van 14 juli 1994, vóór de aanneming van de bestreden bepalingen geen rekening hield met de opbrengst van de verkoop van de uit bloed of plasma bereide geneesmiddelen. Zij leidt uit artikel 6, § 1, eerste en derde lid, van de wet van 25 maart 1964 « op de geneesmiddelen », uit artikel 2, eerste lid, van de wet van 5 juli 1994 en uit artikel 1, tweede en derde punt, van het koninklijk besluit van 19 april 1996 « tot afwijking van de wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong » af dat de geneesmiddelen vervaardigd op basis van derivaten van bloed of plasma afgenomen bij vergoede donoren werden beoogd door de vrijstelling ingevoerd bij artikel 191, eerste lid, 15°, vierde lid, 3°, van de wet van 14 juli 1994, ingevoegd bij artikel 2 van de wet van 10 juni 2006 « tot hervorming van de heffingen op de omzet van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten ».« PPTA Europe » merkt op dat artikel 234, 1°, a), van de programmawet van 27 december 2006 tot gevolg heeft dat de berekeni...Voir le contenu complet de ce document