Arrest de Grondwettelijk Hof nº 64/2001, de 08 Mai 2001

Grondwettelijk Hof

Recours nº 1887
Décision n°64/2001
Défendeur: Prejudiciële vraag

Relié comme:




Résumé


Wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector

Voir le contenu complet de ce document

Extrait


Arrest nº 64/2001 de Grondwettelijk Hof, de 08 Mai 2001

In zake : de prejudiciële vraag over de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, gesteld door de Arbeidsrechtbank te Brugge.

Het Arbitragehof,

samengesteld uit de voorzitters H. Boel en M. Melchior, de rechters P. Martens, R. Henneuse en M. Bossuyt, en, overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, emeritus voorzitter G. De Baets en ererechter J. Delruelle, bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van emeritus voorzitter G. De Baets,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de prejudiciële vraag

Bij vonnis van 11 februari 2000 in zake R. De Ruytere tegen de stad Brugge, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 17 februari 2000, heeft de Arbeidsrechtbank te Brugge de volgende prejudiciële vraag gesteld :

« Schendt de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, zoals van kracht vóór 25 november 1998, de artikelen 10 en 11 van ...

Voir le contenu complet de ce document