Résumé
Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (art. 57, § 2)
Voir le contenu complet de ce document
Extrait
Arrest nº 50/2002 de Grondwettelijk Hof, de 13 Mars 2002
In zake : de prejudiciële vraag over artikel 57, § 2, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, zoals gewijzigd bij artikel 65 van de wet van 15 juli 1996, gesteld door de Arbeidsrechtbank te Gent.
Het Arbitragehof,samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters R. Henneuse, M. Bossuyt, L. Lavrysen, A. Alen en J.-P. Moerman, bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter A. Arts,wijst na beraad het volgende arrest :** * I. Onderwerp van de prejudiciële vraagBij vonnis van 8 december 2000 in zake V. Zeqiri tegen het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (O.C.M.W.) van Sint-Martens-Latem, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 19 december 2000, heeft de Arbeidsrechtbank te Gent de volgende prejudiciële vraag gesteld :« Vormt de wettelijke regeling, zoals vastgesteld in het artikel 57, § 2, van de O.C.M.W.- wet d.d. 8 juli 1976 en gewijzigd door artikel 65 van de wet d.d. 15 juli 1996, een schending van het gelijkheids- en discriminatiebeginsel vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang met artikel 23 van de Grondwet, artikel 11.1 van het Internationale Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten en artikel 3 van he...Voir le contenu complet de ce document
