Arrest de Grondwettelijk Hof nº 28/2002, de 30 Janvier 2002
Recours nº 2044, 2045, 2046 en 2047
Décision n°28/2002
Défendeur: Beroepen tot vernietiging
Recours nº 2044, 2045, 2046 en 2047
Décision n°28/2002
Défendeur: Beroepen tot vernietiging
Résumé
Wet van 16 maart 2000 betreffende het ontslag van bepaalde militairen en de verbreking van de dienstneming of wederdienstneming van bepaalde kandidaat-militairen, de vaststelling van de rendementsperiode en het terugvorderen door de Staat van een deel van de door de Staat gedragen kosten voor de vorming en van een gedeelte van de tijdens de vorming genoten wedden
Voir le contenu complet de ce document
Extrait
Arrest nº 28/2002 de Grondwettelijk Hof, de 30 Janvier 2002
In zake : de beroepen tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van de wet van 16 maart 2000 « betreffende het ontslag van bepaalde militairen en de verbreking van de dienstneming of wederdienstneming van bepaalde kandidaat-militairen, de vaststelling van de rendementsperiode en het terugvorderen door de Staat van een deel van de door de Staat gedragen kosten voor de vorming en van een gedeelte van de tijdens de vorming genoten wedden », ingesteld door A. Michiels en anderen.
Het Arbitragehof,samengesteld uit de rechters M. Bossuyt en L. François, waarnemende voorzitters, en de rechters R. Henneuse, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Moerman en E. Derycke, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van rechter M. Bossuyt,wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de beroepenBij verzoekschriften die aan het Hof zijn toegezonden bij op 4 oktober 2000 ter post aangetekende brieven en ter griffie zijn ingekomen op 5 oktober 2000, zijn beroepen tot gehele of gedeeltelijke vernietiging ingesteld van de artikelen 2, 1° en 3°, 3, § 1, 3°, § 2, § 4 en § 5, tweede lid, 4, eerste lid, 7, 8, 16 en 21 van de wet van 16 maart 2000 « betreffende het ontslag van bepaalde militairen en de verbreking van de dienstneming of wederdienstneming van bepaalde kandidaat-militairen, de vaststelling van de rendementsperiode en het terugvorderen door de Staat van een deel van de door de Staat gedragen kosten voor de vorming en van een gedeelte van de tijdens de vorming genoten wedden » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 6 april 2000, tweede uitgave) door :a) A. Michiels, wonende te 9470 Denderleeuw, Bakergemveldstraat 9, en V. Tondeleir, wonende te 9620 Zottegem, Beislovenstraat 105, die keuze van woonplaats doen te 1000 Brussel, Keverslaan 11;b) K. Bauwens, I. Van Hespen, C. Alu, L. Piccoli en D. Gautier, die keuze van woonplaats doen te 1000 Brussel, Keverslaan 11;c) M. Hantson en J.-M. Carion, die keuze van woonplaats doen te 1000 Brussel, Keverslaan 11;d) W. Amelinckx, O. Bonameau, T. Closson, R. Collin, F. Delahaye, D. Dobbelaere, P. Lambert, J.-M. Lamby, E. Lardinois, B. Lilot, J.-C. Malengreau, P. Mertens, M. Messelis, S. Odent, T. Van der Schueren, P. Watripont en P. Willems, die keuze van woonplaats doen te 1000 Brussel, Keverslaan 11.De vorderingen tot gehele of gedeeltelijke schorsing van voormelde wettelijke bepalingen, ingediend door de verzoekende partijen vermeld sub a), b) en c), zijn verworpen bij het arrest nr. 134/2000 van 13 december 2000, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 9 maart 2001.Die zaken zijn ingeschreven onder de nummers 2044 (a), 2045 (b), 2046 (c) en 2047 (d) van de rol van het Hof. II. De rechtsplegingBij beschikkingen van 5 oktober 2000 heeft de voorzitter in functie de rechters van de respectieve zetels aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof.De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was om in die zaken artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen.Bij beschikking van 11 oktober 2000 heeft het Hof de zaken samengevoegd.Van de beroepen is kennisgegeven overeenkomstig artikel 76 van de organieke wet bij op 23 oktober 2000 ter post aangetekende brieven.Het bij artikel 74 van de organieke wet voorgeschreven bericht is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 4 november 2000.De Ministerraad, Wetstraat 16, 1000 Brussel, heeft een memorie ingediend bij op 8 december 2000 ter post aangetekende brief.Van die memorie is kennisgegeven overeenkomstig artikel 89 van de organieke wet bij op 22 februari 2001 ter post aangetekende brieven.Bij beschikkingen van 20 maart 2001, 22 mei 2001 en 26 september 2001 heeft het Hof de zetel aangevuld respectievelijk met de rechters A. Alen, J.-P. Moerman en E. Derycke.Bij beschikking van 27 maart 2001 heeft de voorzitter in functie, op vraag van de verzoekende partijen, de termijn voor het indienen van een memorie van antwoord verlengd met vijftien dagen.Van die beschikking is kennisg...Voir le contenu complet de ce document