Extrait
Arrest nº 38/1996 de Grondwettelijk Hof, de 27 Juin 1996
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 88 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Hoei.
Het Arbitragehof,samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de rechters L.P. Suetens, P. Martens, J. Delruelle, H. Coremans en A. Arts, bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior,wijst na beraad het volgende arrest :** * I. Onderwerp van de prejudiciële vraagBij vonnis van 29 juni 1995 in zake R. Miliche tegen de Franse Gemeenschap, heeft de Recht- bank van eerste aanleg te Hoei de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Houdt artikel 88 van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs een schending in van artikel 24, § 4, van de Grondwet door een vermindering met de helft op te leggen van de wedde van elk preventief geschorst personeelslid dat het voorwerp is van gerechtelijke vervolging (of van een tuchtprocedure wegens ernstige tekortkoming waarop hij op heterdaad betrapt is of waarvoor bewijskrachtige aanwijzingen bestaan) terwijl artikel 157quater van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de lede...Voir le contenu complet de ce document
