Vonnis van Raad van State, 28 februari 2008

Gelinkt als:

Samenvatting


Uit art. 30 van het bodemsaneringsdecreet, zoals het luidde op het ogenblik van de aanwijzingsbeslissing, volgt dat de aanwijzing als historisch verontreinigde gronden waar een bodemsanering moet plaatsvinden, gebeurt indien de bodemverontreiniging een ernstige bedreiging vormt. Het aanwijzingsbesluit is bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Daarin staat geen motivering en wordt geenszins aangetoond dat de bodemverontreiniging een "ernstige bedreiging" vormt. Dit blijkt evenmin uit enig ander stuk. Integendeel, uit de aanmaning voor het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek van OVAM, blijkt dat de aanwijzingsbeslissing door de Vlaamse Regering werd genomen op basis van een oriënterend bodemonderzoek. De verwerende partij heeft zich gesteund op het oriënterend bodemonderzoek om te kunnen oordelen of er al dan niet "ernstige aanwijzingen" zijn van een ernstige bedreiging, terwijl het toepasselijke decreet duidelijk vereist dat bodemverontreiniging een "ernstige bedreiging" vormt. Bovendien laten de resultaten van een oriënterend bodemonderzoek in principe niet toe te besluiten dat de bodemverontreiniging een ernstige bedreiging vormt. Een oriënterend bodemonderzoek heeft, overeenkomstig art. 3, §4 van het bodemsaneringsdecreet, tot doel uit te maken of er ernstige aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging op bepaalde gronden. Uitmaken of er ernstige aanwijzingen zijn staat geenszins gelijk en gaat beduidend minder ver dan het uitmaken of er bodemverontreiniging is die een ernstige bedreiging vormt. Het is dan ook al te zeer de vraag hoe alsdan zonder meer de conclusie kan worden getrokken dat de bodemverontreiniging daadwerkelijk een ernstige bedreiging vormt. Het aanwijzingsbesluit, in zoverre het betrekking heeft op de percelen van de verzoeker; partij schendt art. 30 van het bodemsaneringsdecreet. Derhalve zijn de daarop gebaseerde aanmaning om tot een beschrijvend bodemonderzoek over te gaan, alsook de bevestiging daarvan door het bestreden besluit, onwettig.

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Vonnis van Raad van State, 28 februari 2008

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.

A R R E S T nr. 180.192 van 28 februari 2008 in de zaak A. 93.416/VII-21.937.

In zake : de n.v. GARCO, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL,

Keizerslaan 3 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE,

E. Beernaertstraat 106.

D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R,

Gezien het verzoekschrift dat de n.v. GARCO op 10 juli 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 18 april 2000 waarbij het beroep ingesteld door de verzoekende partij tegen de beslissing van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest van 24 augustus 1998, houdende beslissing dat de verzoekende partij niet aantoont dat zij voldoet aan de voorwaarden van artikel 31, §3, van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering en bijgevolg verplicht is om in te gaan op de aanmaning tot het uitvoeren van een b...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf