Vonnis van Raad van State, 21 februari 2008

Gelinkt als:

Samenvatting


"Overwegende dat de verzoekende partij de voorgehouden schending van artikel 3 van het E.V.R.M. koppelt aan een terugwijzing naar haar land van herkomst; dat het bestreden arrest echter enkel betrekking heeft op een beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 16 augustus 2007, waarmee een aanvraag om machtiging tot verblijf met toepassing van artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen zonder voorwerp is verklaard; dat die beslissing geen bevel om het grondgebied te verlaten bevat, zodat in het bestreden arrest niet op een mogelijke schending van artikel 3 van het E.V.R.M. moest worden ingegaan; dat ook de andere thans ingeroepen bepalingen door de verzoekende partij enkel aan de terugkeer naar het land van herkomst worden gekoppeld; dat het enige middel derhalve kennelijk niet-ontvankelijk is."

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Vonnis van Raad van State, 21 februari 2008

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf