Vonnis van Raad van State, 21 juni 2007

Gelinkt als:

Samenvatting


Op grond van de motiveringsplicht is het noodzakelijk, doch voldoende dat in de beslissing duidelijk de redenen worden opgenomen die haar verantwoorden en waaruit kan worden afgeleid waarom bepaalde door de bestuurde verdedigde stellingen of de adviezen in andersluidende zin niet worden gevolgd. Zowel in het advies van OVAM als van de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie wordt voorgesteld als bijzondere voorwaarde te bepalen dat de ontgonnen zones enkel mogen worden opgevuld met de afgegraven kleilagen en met niet-verontreinigde gronden, terwijl het bestreden besluit deze allebei als afval beschouwt en daarenboven voorafgaandelijk aan de opvulling een bijkomende vergunning oplegt.

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Vonnis van Raad van State, 21 juni 2007

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.

A R R E S T nr. 172.529 van 21 juni 2007 in de zaak A. 91.672/VII-21.298

In zake : de b.v.b.a. ZANDGROEVEN ROELANTS, die woonplaats kiest bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te ANTWERPEN,

Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN,

Naamsestraat 165.

D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R,

Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. ZANDGROEVEN

ROELANTS op 9 mei 2000 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 4 maart 2000 waarbij de beroepen van derden belanghebbenden ingesteld tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 19 augustus 1999 gedeeltelijk worden ingewilligd en wijzigingen worden aangebracht in de bijzondere voorwaarden voor de exploitatie van de inrichting van de verzoekende partij, een zandgroeve gelegen aan de Aardebrug/Boskant te Lubbeek;

Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord;

Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. CLEMENT;

Gelet op de beschikking van 11 mei 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast;

Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij;Gelet op de beschikking van 23 februari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 maart 2007;

Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE;

Gehoord de opmerkingen van advocaat G. VERHELST die, loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat N. SCHEEPMANS die, loco advocaat J. BERGÉ verschijnt voor de verwerende partij;

Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. CLEMENT;

Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

1. De feiten

Overwegende dat de voornaamste feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat :

1.1.

De verzoekende partij exploiteert een zandgroeve aan de Aardebrug te Lubbeek waarvoor op 10 mei 1962 door de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant een exploitatievergunning werd verleend voor een termijn die verstrijkt op 1 september 2011.

1.2.

Op 7 april 1999 di...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf