Vonnis van Raad van State, 13 november 2006

Gelinkt als:

Samenvatting


De bestreden schorsing geeft op afdoende wijze aan waarom van het voor verzoeker gunstig advies van de raad van beroep werd afgeweken. Verwerende partij is niet verplicht om het advies punt voor punt te weerleggen. Het volstaat dat uit de beslissing duidelijk blijkt om welke redenen de overheid oordeelde van het advies te moeten afwijken. Volgens de minister is de omstandigheid dat verzoekende partij nog altijd het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijk onderzoek een voldoende reden om hem uit de dienst te blijven weren. Gelet op de aard van de maatregel, nl. geen tuchtstraf, is de vraag of er verzachtende omstandigheden zijn irrelevant.

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Vonnis van Raad van State, 13 november 2006

RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.

A R R E S T nr. 164.651 van 13 november 2006 in de zaak A. 140.427/IX-3895.

In zake :

Mattias PATTYN, wonende te HEUVELLAND,

Zavelaarstraat 3 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE,

E. Beernaertstraat 106.

D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R,

Gezien het verzoekschrift dat Mattias PATTYN op 14 augustus 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het ministerieel besluit van 10 juli 2003 waarbij de schorsing uit zijn ambt in het belang van de dienst behouden blijft;

Gezien de regelmatig gewis...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf