Vonnis van Raad van State, 9 november 2006

Gelinkt als:

Samenvatting


De minister heeft in de bestreden beslissing geoordeeld dat de verzoekende partij geen buitengewone omstandigheden heeft aangevoerd die een aanvraag in België kunnen rechtvaardigen. Het feit dat de verzoekende partij bij haar verzoekschrift een attest van het IOM heeft toegevoegd, ook al zou dit de onmogelijkheid van de terugkeer bevestigen, doet hieraan geen afbreuk. Het attest is immers na de bestreden beslissing gedateerd. De minister kon met dit attest dan ook geen rekening houden;

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Vonnis van Raad van State, 9 november 2006

RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.

A R R E S T nr. 164.596 van 9 november 2006 in de zaak A. 152.156/XIV-19.683.

In zake :

XXX die woonplaats kiest bij advocaat H. VAN VRECKOM, kantoor houdende te 1400 NIJVEL, rue Saint-André 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken.

DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER,

Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Somalische nationaliteit, op 26 mei 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 23 maart 2004 waarbij de aanvraag om machtiging tot verblijf op grond van artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf