Vonnis van Raad van State, 26 januari 2006

Gelinkt als:

Samenvatting


Na het vernietigingsarrest heeft verzoekende partij 9 jaar gewacht om een aangetekende brief te versturen met de vraag om het arrest uit te voeren binnen de termijn zoals vastgesteld in art. 36 R.v.St.-Wet. Het afwachten lijkt alle redelijkheidsperken te buiten te gaan. Verzoekende partij dreigt een vervaltermijn tegengeworpen te krijgen waarover niet is beslist door een beraadslagende vergadering die democratisch is verkozen. Daarom wordt een prejudiciële vraag gesteld: \t\t\t"Worden de in de artikelen 10 en 11 van de gecoördineerde grondwet neergelegde beginselen van de gelijkheid en de niet-discriminatie en het wettigheidsbeginsel inzake de samenstelling, de bevoegdheid en de werking van de Raad van State, neergelegd in artikel 160 van diezelfde grondwet geschonden door artikel 36, § 1, van de bij koninklijk besluit van 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State gelezen in samenhang met artikel 14 en artikel 30, § 1, van diezelfde wetten :\tA. in de mate dat :\ta)\tin artikel 30, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State wordt vermeld dat de Koning onder meer de termijnen van verjaring voor de indiening van de beroepen in artikel 14 bepaalt en dat deze termijnen ten minste 60 dagen moeten bedragen;\tb)\tin artikel 36 van de gecoördineerde wetten weliswaar wordt aangegeven dat een verzoek tot het opleggen van een dwangsom slechts ontvankelijk is wanneer de verzoeker de overheid bij een ter post aangetekende brief tot het nemen van een nieuwe beslissing heeft aangemaand en ten minste drie maanden zijn verlopen vanaf de kennisgeving van het vernietigingsarrest;\tB. Zodat de wetgever -in tegenstelling tot annulatieberoepen- heeft nagelaten de beginselen inzake toepasselijk termijnen te bepalen m.b.t. de verjaring van de dwangsomvordering vast te stellen en verzoeker aldus verstoken blijft van een regeling waarvan de beginselen zijn vastgesteld door een democratisch verkozen vergadering?".

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Vonnis van Raad van State, 26 januari 2006

RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.

A R R E S T nr. 154.161 van 26 januari 2006 in de zaak A. 153.644/XII-4218.

In zake :

Eric PEELMAN, die woonplaats kiest bij VSOA - Groep Onderwijs, met zetel te Brussel,

Poincarélaan 72-74 tegen : de HOGESCHOOL GENT, die woonplaats kiest bij advocaat E. Bral, kantoor houdende te Gent,

Henleykaai 3R.

D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R,

Gezien het verzoekschrift dat Eric Peelman op 12 juli 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen "dat de afdeling administratie van de Raad v...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf