Vonnis van Raad van State, 13 januari 2005

Gelinkt als:

Samenvatting


Uit artikel 3, eerste lid op de wet van 19\/07\/1991 tot regeling van het beroep van privédetective, kan niet worden afgeleid dat de vergunning moet worden verleend indien de voorwaarden van dit artikel zijn vervuld. Mede gelet op de voorbereidend werken van de tekst, voorzien voornoemd artikel alleen in minimumvoorwaarden waaraan in elk geval moet voldaan worden om de vergunning te verkrijgen. Het belet evenwel de Minister, discretionair oordelend, niet om de vergunning eventueel ook om andere redenen te weigeren. Dit wordt nog eens bevestigd tijdens de voorbereiding van, en door de wet van 30 december 1996 tot regeling van het beroep van privé-detective.

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Vonnis van Raad van State, 13 januari 2005

RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.

A R R E S T nr. 139.164 van 13 januari 2005 in de zaak A. 68.081/XII-2507.

In zake :

Paul HOPMANS, die woonplaats kiest bij advocaat M. Hermans, kantoor houdende te Mechelen,

Frans Halsvest 33, bus 1 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken.

D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R,

Gezien het verzoekschrift dat Paul Hopmans op 14 maart 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 8 januari 1996 van de minister van Binnenlandse Zaken tot weigering van de machtiging om het beroep van privé-detective uit te oefenen;

Gelet op het arrest nr. 60.7...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf