Vonnis van Raad van State, 10 januari 2005

Gelinkt als:

Samenvatting


Er bestaat geen betwisting over dat het bestreden bijzonder plan van aanleg afwijkt van de voorschriften van het gewestplan. Het bestreden ministerieel besluit beperkt zich tot het algemene betoog dat er een "minimale ruimtelijke afweging" is gebeurd met de principes van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen. Dit besluit zet evenwel niet concreet uiteen waaruit die afweging dan wel bestaat.

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Vonnis van Raad van State, 10 januari 2005

RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.

A R R E S T nr. 138.976 van 10 januari 2005 in de zaak A. 149.156/X-11.813.

In zake :

1. Placide DE VREEZE,

2. Martina TYTGAT, die woonplaats kiezen bij Advocaat Ph. VAN WESEMAEL, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL,

Grote Hertstraat 12 tegen :

1. de gemeente KRUISHOUTEM,

2. het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT,

Koning Albertlaan 128.

tussenkomende partij : de n.v. EUROSLACH, die woonplaats kiest bij Advocaat P. DE SMIJTER, kantoor houdende te 9810 NAZARETH,

Huisepontweg 64.

D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R,

Gezien het verzoekschrift dat Placide DE VREEZE en Martina TYTGAT op 18 maart 2004 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het bijzonder plan van aanleg "Sectoraal BPA

Zonevreemde Bedrijven - Fase 1B" definitief aangenomen door de gemeenteraad van de gemeente Kruishoutem bij besluit van10 juni 2003 en goedgekeurd bij besluit van 10 december 2003 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting,

Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 21 januari 2004;

Gezien de nota van de tweede verwerende partij;

Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur J. CLEMENT;Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen;

Gelet op de beschikking van 13 juli 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 1 oktober 2004;

Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN;

Gehoord de opmerkingen van Advocaat Ph. VAN WESEMAEL, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van Advocaat V. TOLLENAERE, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van Advocaat P. DE SMIJTER, die verschijnt voor de tussenkomende partij;

Gehoord het eensluidend advies van Auditeur J.CLEMENT;

Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal;

Overwegende dat de n.v. EUROSLACH met een verzoekschrift van 21 mei 2004 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf