Vonnis van Raad van State, 26 april 2004

Gelinkt als:

Samenvatting


Met de loutere bewering dat de analyse van de Commissaris-generaal van de toestand in Georgië onjuist is en met de bevestiging van haar eigen standpunt dat zij wel het voorwerp van vervolging omwille van haar religieuze overtuiging uitmaakt, maakt de verzoekende partij het niet aannemelijk dat de bestreden beslissing is genomen op basis van onjuiste feitelijke gegevens of op kennelijk onredelijke wijze. Op een dergelijke algemene wijze weerlegt zij niet de juistheid van de informatie van de Commissaris-generaal, die op tal van concreet vermelde informatiebronnen is gesteund.

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Vonnis van Raad van State, 26 april 2004

RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.

A R R E S T nr. 130.654 van 26 april 2004 in de zaak A. 100.079/XIV-1786

In zake :

XXX die woonplaats kiest bij advocaat C. DIONSO DIYABANZA, kantoor houdende te 1090 BRUSSEL,

Uyttenhovestraat 33/2 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door :

1.

de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen,

2.

de minister van Binnenlandse Zaken.

DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER,

Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Georgische nationaliteit, op 2 februari 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 1...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf