Vonnis van Raad van State, 29 juni 2001

Gelinkt als:

Samenvatting


In het systeem van de artt. 18 en 18ter van de OCMW-wet had verzoeker haar bezwaar eerst voor het Brussels rechtscollege moeten doen gelden en kan zij dat nu niet rechtstreeks voor de R.v.St. doen. Zij heeft aldus niet de vereiste hoedanigheid om direct tegen de beslissing van dat rechtscollege op te komen aangezien haar, als fysiek persoon die geen bewaar heeft ingediend bij het rechtscollege, de beslissing van dat college niet moest worden betekend en zodoende artikel 18, vijfde lid, van de OCMW-wet haar niet de hoedanigheid toekent om tegen die beslissing bij de R.v.St. hoger beroep in te stellen.

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Vonnis van Raad van State, 29 juni 2001

RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.

A R R E S T nr. 97.325 van 29 juni 2001 in de zaak A. 102.795/IX-2784.

Verkiezing van 29 januari 2001 van de raad voor maatschappelijk welzijn van BRUSSEL.

In zake :

Marie-Paule QUIX, wonende te BRUSSEL,

Romeinsesteenweg 525 D

Belanghebbende partij : het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van BRUSSEL, dat woonplaats kiest bij advocaten M. UYTTENDAELE en N. VAN LAER, kantoor houdende te BRUSSEL,

Kapitein Crespelstraat 2-4.

D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R,

Gezien het verzoekschrift dat Marie-Paule QUIX op 3 april 2001 heeft ingediend om "klacht" neer te leggen met betre...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf