Vonnis van Raad van State, 23 augustus 2000

Gelinkt als:

Samenvatting


Artikel 182 Grondwet - artikel 15bis,§1 van de wet van 1 maart 1958: De Minister van landsverdediging beschikt op grond van deze bepalingen bij het beoordelen van een aanvraag tot tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking over een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent niet dat de genoemde wetsbepaling aan de minister ter zake een reglementaire bevoegdheid heeft verleend. De R.v.St. is bevoegd om na te gaan of de minsiter zijn discretionaire bevoegdheid op een nuttige manier heeft uitgeoefend.

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Vonnis van Raad van State, 23 augustus 2000

RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.

A R R E S T nr. 89.346 van 23 augustus 2000 in de zaak A. 89.161/IX-2179.

In zake :

Diederik OSSIEUR, die woonplaats kiest bij advocaat Th. VERMEIRE, kantoor houdende te BRUSSEL,

Keverslaan 11 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging.

DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER,

Gezien het verzoekschrift dat Diederik OSSIEUR, geneesheer-kapitein-commandant bij de Krijgs- macht op 24 januari 2000 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de ministeriële beslissing van 19 november 1999 houdende nieuwe weigering van de aanvraag strekkende tot tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking (tijdelijk regime);

Gezien eveneens het verzoekschrift van 24 januari 2000 van voornoemde verzoeker om de volgende "nodige maatregelen" te horen bevelen : "In hoofdorde (...) dat verwerende partij aan verzoeker een tijdelijke ambtsontheffing wegens persoonlijke aangelegenheden (afgekort TAPA) ver- leent, die enerzijds ingaat op 1 april 2000, subsidiair één maand na betekening van het schorsingsarrest en anderzijds een einde neemt hetzij daags nadat de aan verzoeker toegekende tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaan-onderbreking (tijde- lijk regime) - afgekort : TALO(-T) een aanvang neemt hetzij één maand na betekening van het arrest, dat de annulatieprocedure definitief zal afsluiten.

Subsidiair (...) dat verwerende partij aan verzoeker een tijdelijke ambtsontheffing wegenspersoonlijke aangelegenheden (afgekort : TAPA) ver- leent, die enerzijds ingaat op 1 april 2000, subsidiair één maand na betekening van het schorsingsarrest en anderzijds een duur van 2 jaren, zoniet minstens één jaar heeft.

(...) dat deze tijdelijke ambtsontheffing wegens persoonlijke aangelegenheden (TAPA) verleend en mede- gedeeld wordt ten laatste 7 dagen na betekening van het schorsingsarrest, en dit onder verbeurte van een dwangsom van 10.000 F per dag vertraging.";

Gezien het gelijktijdig ingediende verzoek- schrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de ver- nietiging vordert van dezelfde beslissing;

Gezien de nota van de verwerende partij;

Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur R. AERTGEERTS;

Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen;

Gelet op de beschikking van 23 mei 2000 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 juni 2000;

Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN;

Gehoord de opmerkingen van advocaat Th. VERMEIRE, die verschijnt voor verzoeker, en van kapitein-commandant J. MEYUS, die verschijnt voor de verwerende partij;

Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur R. AERTGEERTS;

Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;Overwegende dat, gelet op de samenhang tussen beide vorderingen, in het belang van een goede rechtsbedeling, het past dat de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen wordt afgedaan en behandeld met de vordering tot schorsing van de tenuit- voerlegging van voornoemde beslissing van 19 november 1999;

1. Over de gegevens van de zaak.

Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat :

1.1.

Verzoeker gaat op 1 september 1983 een dienstneming aan voor vijf jaar in de hoedanigheid van kandidaat tijdelijke officier bij de Medische Dienst.

Op 29 februari 1984 wordt hij aangesteld in de graad van onderluitenant en opgenomen in het korps der officieren-geneesheren.

Op 28 augustus 1984 wordt hij benoemd tot de graad van geneesheer-onderluitenant en wordt hij opge- nomen in het kader der tijdelijke officieren; hij neemt voor de bevordering anciënniteitsrang in op 28 oktober 1979.

Op 27 december 1984 en 27 december 1985 wordt hij benoemd respectievelijk tot de graad van geneesheer-luitenant en geneesheer-kapitein.

Op 1 september 1988 ondertekent hij een wederdienstneming voor vijf jaar.

Op 1 november 1989 wordt hij opgenomen in het kader der beroepsofficieren en op 26 september 1992 wordt hij benoemd tot de graad van geneesheer-kapitein- commandant.

1.2.

Op 23 september 1997 vraagt hij een tijde- lijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking (tijdelijke maatregel) met ingang van 1 januari 1999. Op23 september 1997 geeft geneesheer-kolonel A. BELLENS, directeur van het Militair Hospitaal Koningin Astrid, "gunstig" advies "op voorwaarde dat de toelating gegeven wordt door Kon. Besluit va...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf