Vonnis van Raad van State, 6 juni 2000

Gelinkt als:

Samenvatting


De familieleden van een Belg of van een onderdaan van een E.G.-lidstaat die niet de nationaliteit van een EU-lidstaat bezitten, blijven krachtens artikel 41, lid 2, van de Vreemdelingenwet en artikel 3 van richtlijn EEG\/68\/360 onderworpen aan de binnenkomstvoorwaarden zoals bepaald door artikel 2 van de Vreemdelingenwet. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft deze verplichting om binnenkomstdocumenten voor te leggen in zijn arrest nr. 157\/79 (Pieck) van 3 juli 1980 gedefinieerd als de "formaliteit waarbij toestemming wordt gegeven het grondgebied van een Lidstaat te betreden (en) die komt naast de controle aan de grens van het paspoort of de identiteitskaart". De voorwaarde van regelmatige toegang tot het grondgebied waaraan onderdanen van derde landen onderworpen blijven, moet dan ook worden begrepen als een rechtscheppende handeling, zonder dewelke de meer voordelige bepalingen ten aanzien van E.G.-onderdanen en hun gelijkgestelden niet kunnen worden uitgeput. Verzoeker kan zich in zijn huidige rechtstoestand niet beroepen op voormelde bepalingen.

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Vonnis van Raad van State, 6 juni 2000

RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.

A R R E S T nr. 87.812 van 6 juni 2000 in de zaak A. 85.621/VII-18.915 .

In zake :

XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat K. VERSTREPEN, kantoor houdende te ANTWERPEN,

Rotterdamstraat 23, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken.

DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER,

Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Egyptische nationaliteit, op 22 juli 1999 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging t...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf