Vonnis van Raad van State, 8 december 1998

Gelinkt als:

Samenvatting


Artikel 55, §2, derde lid, van de Stedenbouwwet van 29 maart 1962 schrijft niet voor dat het verzoek om gehoord te worden in het beroepschrift zelf moet worden gedaan. Evenmin wordt bepaald dat het verzoek om gehoord te worden, om ontvankelijk te zijn, schriftelijk moet gebeuren. Evenwel moet, wanneer er betwisting bestaat over de vraag of er een mondeling verzoek was om gehoord te worden, het bewijs van die bewering geleverd worden door de partij die beweert dat verzoek te hebben gedaan.

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Vonnis van Raad van State, 8 december 1998

RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.

A R R E S T nr. 77.485 van 8 december 1998 in de zaak A. 44.907/X-6351.

In zake :

Paul RAPPE, die woonplaats kiest bij Advocaat J.-P. VAN ASSCHE, kantoor houdende 9000 GENT,

Coupure 373 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. LACHAERT, kantoor houdende te 9820 MERELBEKE,

Hundelgemsesteenweg 166.

D E

R A A D

V A N

S T A T E,

Xe

K A M E R,

Gezien het verzoekschrift dat Paul RAPPE op 29 augustus 1991 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van 23 april 1991 van de Gemeenschapsminister van Ruimtelijke Ordening en Huisvesting waarbij zijn beroep tegen de beslissing van 20 december 1990 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen, houdende weigering van de regularisatiebouwvergunning voor het oprichten van een garage aan de Nelemeersstraat 80 te Sint-Martens-Latem, op een perceel kadastraal bekend Sectie A, nr. 148 e, wordt verworpen;

Gezien...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf