Arrest nr. 11/2009 van Grondwettelijk Hof, 21 januari 2009

Gelinkt als:

Samenvatting


Decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 30 april 2004 houdende wijziging van het decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering (art. 4, § 2ter)

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Arrest nr. 11/2009 van Grondwettelijk Hof, 21 januari 2009

In zake : de beroepen tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 30 april 2004 houdende wijziging van het decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering, ingesteld door de Franse Gemeenschapsregering en door de Waalse Regering.

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels en T. Merckx-Van Goey, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging

a. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 9 december 2004 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 10 december 2004, heeft de Franse Gemeenschapsregering beroep tot vernietiging ingesteld van paragraaf 2ter van artikel 4 van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering, zoals ingevoegd bij het decreet van 30 april 2004 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 9 juni 2004).

b. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 9 december 2004 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 10 december 2004, heeft de Waalse Regering beroep tot vernietiging ingesteld van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 30 april 2004 houdende wijziging van het decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering, tenminste tot gedeeltelijke vernietiging van artikel 4 van dat decreet van 30 maart 1999, zoals gewijzigd bij het decreet van 30 april 2004 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 9 juni 2004).

Die zaken, ingeschreven onder de nummers 3194 en 3195 van de rol van het Hof, werden samengevoegd.

De Waalse Regering, in de zaak nr. 3194, en de Vlaamse Regering hebben memories ingediend, de verzoekende partijen hebben memories van antwoord ingediend en de Vlaamse Regering heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend.

Op de openbare terechtzitting van 12 oktober 2005 :

- zijn verschenen :

. Mr. P.-P. Van Gehuchten loco Mr. J. Sambon, advocaten bij de balie te Brussel, voor de Franse Gemeenschapsregering;

. Mr. G. Uyttendaele loco Mr. M. Uyttendaele, advocaten bij de balie te Brussel, voor de Waalse Regering;

. Mr. B. Staelens, advocaat bij de balie te Brugge, voor de Vlaamse Regering;

- hebben de rechters-verslaggevers P. Martens en M. Bossuyt verslag uitgebracht;

- zijn de voornoemde advocaten gehoord;

- zijn de zaken in beraad genomen.

Bij tussenarrest nr. 16/2006 van 25 januari 2006, heeft het Hof de heropening van de debatten bevolen en de partijen verzocht, tegen 24 februari 2006, een aanvullende memorie, die zich beperkt tot de in punt 3 (van dat arrest) vermelde kwestie, in te dienen en binnen dezelfde termijn een afschrift ervan uit te wisselen.

De verzoekende partijen en de Vlaamse Regering hebben aanvullende memories ingediend. Op de openbare terechtzitting van 1 maart 2006 :

- zijn verschenen :

. Mr. P.-P. Van Gehuchten loco Mr. J. Sambon, advocaten bij de balie te Brussel, voor de Franse Gemeenschapsregering;

. Mr. G. Uyttendaele loco Mr. M. Uyttendaele, advocaten bij de balie te Brussel, voor de Waalse Regering;

. Mr. B. Staelens, advocaat bij de balie te Brugge, voor de Vlaamse Regering;

- hebben de rechters-verslaggevers P. Martens en M. Bossuyt verslag uitgebracht;

- zijn de voornoemde advocaten gehoord;

- zijn de zaken in beraad genomen.

Bij tussenarrest nr. 51/2006 van 19 april 2006, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 mei 2006, heeft het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen :

« 1. Is een stelsel van zorgverzekering dat (a) wordt ingesteld door een autonome gemeenschap van een federale Staat, lidstaat van de Europese Gemeenschap, (b) dat geldt voor de personen die hun woonplaats hebben in het deel van het grondgebied van die federale Staat waarbinnen die autonome gemeenschap bevoegd is, (c) dat recht geeft op de tenlasteneming door een zodanig stelsel van de kosten voor niet-medische hulp- en di...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf