Arrest nr. 99/2000 van Grondwettelijk Hof, 4 oktober 2000

Gelinkt als:

Samenvatting


Wet van 9 maart 1953 houdende sommige aanpassingen in zake militaire pensioenen en verlening van kosteloze genees- en artsenijkundige verzorging voor de militaire invaliden van vredestijd en de bij besluit van de Regent van 5 oktober 1948 samengeordende wetten op de vergoedingspensioenen

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Arrest nr. 99/2000 van Grondwettelijk Hof, 4 oktober 2000

In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 4, § 1, van de wet van 9 maart 1953 houdende sommige aanpassingen in zake militaire pensioenen en verlening van kosteloze genees- en artsenijkundige verzorging voor de militaire invaliden van vredestijd en artikel 1, laatste lid, van de samengeordende wetten op de vergoedingspensioenen (besluit van de Regent van 5 oktober 1948), zoals gewijzigd bij artikel 31, § 1, van de wet van 7 juni 1989 houdende instelling van nieuwe maatregelen ten behoeve van de oorlogsslachtoffers, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Namen.

Het Arbitragehof,

samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en G. De Baets, en de rechters P. Martens, J. Delruelle, A. Arts, M. Bossuyt en E. De Groot, bijgestaan door referendaris R. Moerenhout, waarnemend griffier, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de prejudiciële vragen

Bij vonnis van 20 april 1999 in zake J. Grégoire tegen de v.z.w. Heilig-Hartziekenhuis van Mol, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 28 april 1999, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Namen de volgende prejudiciële vragen gesteld :

« 1. Schendt artikel 4, § 1, van de wet van 9 maart 1953 betreffende de militaire pensioenen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat het, door te bepalen dat ' op de schadelijke feiten die zich in vredestijd na 25 augustus 1947 hebben voorgedaan, [...] de wetsbepalingen in zake vergoedingspensioenen, welke voor de invaliden van de oorlog 1940-1945 gelden, [van toepassing zijn] ' de wetten op de vergoedingspensioenen gecoördineerd bij het besluit van de R egent van 5 oktober 1948, gewijzigd bij de wet van 26 juli 1952, en meer in het bijzonder artikel 1, laatste lid, van de genoemde wetten (dat sedert de wijziging ervan bij artikel 31, § 1, van de wet van 7 juni 1989 houdende instelling van nieuwe maatregelen ten behoeve van de oorlogsslachtoffers bepaalt als volgt : ' Al de krachtens deze wet toegekende pensioenen en vergoedingen vormen een forfaitaire vergoeding die de lichamelijke schade, zowel de materiële als de morele, volledig dekt. De toekenning van het pensioen sluit de latere toekenning uit, voor hetzelfde schadelijk feit, van een vergoeding ten laste van de Openbare Schatkist die zou voortvloeien uit de toepassing van de artikelen 1382 en volgende van het Burg...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf