Arrest nr. 55/2001 van Grondwettelijk Hof, 8 mei 2001

Gelinkt als:

Samenvatting


Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (art. 2 en 3)

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Arrest nr. 55/2001 van Grondwettelijk Hof, 8 mei 2001

In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, gesteld door de Raad van State.

Het Arbitragehof,

samengesteld uit de voorzitters H. Boel en M. Melchior, de rechters L. François, P. Martens, A. Arts, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot en L. Lavrysen, en, overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, emeritus voorzitter G. De Baets, ererechter J. Delruelle en emeritus rechter E. Cerexhe, bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van emeritus voorzitter G. De Baets,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de prejudiciële vraag

Bij arrest nr. 84.267 van 21 december 1999 in zake de n.v. Aannemingsmaatschappij C.F.E. en de n.v. Betonac-Beton tegen de Vlaamse Milieumaatschappij en het Vlaamse Gewest, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 26 januari 2000, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld :

« Heeft de nationale wetgever door het uitvaardigen van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en meer bepaald van de artikelen 2 en 3 van deze wet, de regels geschonden die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de onderscheiden bevoegdheid van de Staat, Gemeenschappen en de Gewesten, in zoverre dit artikel 2 en 3 van toepassing is op de bestuurshandelingen van de Gewesten en Gemeenschappen ? »

II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil

De Vlaamse Milieumaatschappij (hierna « V.M.M. ») schrijft een openbare aanbesteding uit voor werken aan een rioolzuiveringsinstallatie.

Er zijn acht inschrijvingen; de verzoekende partijen in de procedure voor de Raad van State, namelijk de n.v. Aannemingsmaatschappij C.F.E. en de n.v. Betonac-Beton, hebben samen de laag...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf