Arrest nr. 38/2001 van Grondwettelijk Hof, 13 maart 2001

Gelinkt als:

Samenvatting


Wet van 25 mei 2000 betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht (art. 2, eerste lid, 2°, 11, 12, 15 en 19) en Wet van 25 mei 2000 tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking (art. 20, § 1, eerste lid, 2° en 3°, en tweede lid, §§ 2 en 3, derde en vierde lid, 21, § 2, tweede lid, 23, § 2, derde en vierde lid, 27 en 43)

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Arrest nr. 38/2001 van Grondwettelijk Hof, 13 maart 2001

In zake : de vorderingen tot schorsing van - de artikelen 2, eerste lid, 2°, 11, 12, 15 en 19 van de wet van 25 mei 2000 betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht; - de artikelen 20, § 1, eerste lid, 2° en 3°, en tweede lid, §§ 2 en 3, derde en vierde lid, 21, § 2, tweede lid, 23, § 2, derde en vierde lid, 27 en 43 van de wet van 25 mei 2000 tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking, ingesteld door W. Claeys en anderen.

Het Arbitragehof,

samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en G. De Baets, en de rechters H. Boel, J. Delruelle, R. Henneuse, E. De Groot en L. Lavrysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de vorderingen

a. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 13 december 2000 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 14 december 2000, is een vordering tot gehele of gedeeltelijke schorsing ingesteld van de artikelen 2, eerste lid, 2°, 11, 12 en 19 van de wet van 25 mei 2000 betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 juni 2000), door W. Claeys, wonende te 9831 Deurle, De Pesseroeylaan 16, E. Vandeputte, wonende te 3210 Linden, Tempelberg 20, en de v.z.w. Vereniging van de Officieren uit de Actieve Dienst, met zetel te 1030 Brussel, Milcampslaan 77.

Bij afzonderlijk verzoekschrift van dezelfde dag vorderen dezelfde verzoekende partijen en J.-P. Mullier, wonende te 1081 Brussel, F. Guidonstraat 55, eveneens de gehele of gedeeltelijke vernietiging van de artikelen 2, eerste lid, 2°, 11, 12, 15 en 19 van dezelfde wet.

b. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 13 december 2000 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 14 december 2000, is een vordering tot schorsing ingesteld van de artikelen 20, § 1, eerste lid, 2° en 3°, § 3, derde lid, 21, § 2, tweede lid, en 43 van de wet van 25 mei 2000 tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de inste...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf