Arrest nr. 154/2002 van Grondwettelijk Hof, 6 november 2002

Gelinkt als:

Samenvatting


Koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies (art. 54bis)

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Arrest nr. 154/2002 van Grondwettelijk Hof, 6 november 2002

In zake : de prejudiciële vragen over artikel 54bis van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies (thans koninklijk besluit nr. 78 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen), gesteld door de Raad van State.

Het Arbitragehof,

samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters L. François, P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe en E. Derycke, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de prejudiciële vragen

a. Bij vier arresten nrs. 95.626, 95.624, 95.625 en 97.472 van 18 mei en 4 juli 2001 in zake P. Malfatti, A.-M. Vanesse, J. Lenoir en D. Rucquoy tegen de Belgische Staat, waarvan de expedities ter griffie van het Arbitragehof zijn ingekomen op 31 mei, 6 juni en 17 juli 2001, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld :

« Schendt artikel 54bis van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, ingevoegd bij de wet van 20 december 1974 en gewijzigd bij de wetten van 26 december 1985 en 22 februari 1994, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, afzonderlijk genomen en/of in samenhang met de artikelen 12 en 23, derde lid, 1°, van de Grondwet en artikel 6 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, in zoverre de personen die niet voldoen aan de bekwaamheidsvereisten van artikel 21quater, ingevolge het voormelde artikel 54bis, teneinde hun werkzaamheid onder dezelfde omstandigheden als de beoefenaars van de verpleegkunde te mogen blijven verrichten, drie jaar nuttige ervaring moeten hebben op de datum van 1 september 1990 zonder dat rekening wordt gehouden met de nuttige ervaring opgedaan tot aan de datum van inwerkingtreding van de wet van 22 februari 1994, zelfs tot op de uiterste datum waarop zij zich bij de bevoegde geneeskundige commissie moeten bekendmaken (1 april 1996), zelfs tot op de datum waarop de bevoegde geneeskundige commissie hun verklaring onderzoekt, terwijl de wetgever in de wet van 22 februari 1994 de Koning heeft gemachtigd om zonder enige beperking in de tijd de termijn waarbi...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf