Arrest nr. 40/1998 van Grondwettelijk Hof, 1 april 1998
Gelinkt als:
Gelinkt als:
Extract
Arrest nr. 40/1998 van Grondwettelijk Hof, 1 april 1998
In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 171, tweede lid, van de programmawet van 22 december 1989, gesteld door de Arbeidsrechtbanken te Antwerpen, Dendermonde, afdeling Sint-Niklaas, en Gent.
Het Arbitragehof,samengesteld uit de voorzitters L. De Grève en M. Melchior, en de rechters H. Boel, L. François, J. Delruelle, H. Coremans en M. Bossuyt, bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter L. De Grève,wijst na beraad het volgende arrest :** * I. Onderwerp van de prejudiciële vragena. Bij vonnis van 12 maart 1997 in zake L. Ide tegen de n.v. Coulier Marcel, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 19 maart 1997, heeft de Arbeidsrechtbank te Antwerpen de volgende prejudiciële vragen gesteld :« Miskent artikel 171, tweede lid, van de programmawet van 22 december 1989 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, eventueel in samenhang met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, inzoverre :- deze bepaling een onderscheid maakt tussen de werkgevers die de verplichting tot openbaarmaking vervat in de artikelen 157 tot 159 van diezelfde wet hebben miskend en alle andere werkgevers, doordat met name eerstgenoemde werkgevers onweerlegbaar vermoed worden hun werknemers voltijds te hebben tewerkgesteld met als gevolg dat zij gehouden zijn aan deze werknemers een loon te betalen alsof voltijdse arbeidsprestaties werden geleverd ongeacht de reële duur van deze prestaties, terwijl andere werkgevers slechts gehouden zijn tot betaling van het loon in verhouding tot de werkelijk gepresteerde arbeid en steeds het bewijs kunnen leveren van de reële omvang van die arbeid ?- door deze bepaling eenzelfde bestraffing wordt opgelegd aan alle werkgevers die de verplichting tot openbaarmaking van de werkroosters bedoeld in de artikelen 157 tot 159 hebben miskend zonder onderscheid naargelang deze werkgevers al dan niet correct aangifte deden bij de R.S.Z. en de fiscus van de werkelijk door hun werknemers gepresteerde arbeid ?- door deze bepaling een onderscheid wordt gemaakt tussen de deeltijds tewerkgestelde werknemers van een werkgever die de verplichting tot openbaarmaking van de werkroosters bedoeld in de artikelen 157 tot 159 van de programmawet heeft miskend en andere deeltijds tewerkgestelde werknemers doordat met name eerstgenoemde werknemers aanspraak kunnen maken op de betaling van een loon alsof zij voltijds arbeidsprestaties hebben geleverd terwijl andere deeltijds tewerkgestelde werknemers slechts aanspraak kunnen maken op een loon in verhouding tot de werkelijk gepresteerde arbeid ? »Die zaak is ingeschreven onder nummer 1071 van de rol van het Hof. b. Bij vonnis van 19 maart 1997 in zake S. Maes tegen de b.v.b.a. Apotheek Ameloot, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op...Volledige samenvatting van dit document bekijken
Gesponsorde links
ver las páginas en versión mobile | web
ver las páginas en versión mobile | web
© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.
Inhoud van vLex België
Verken vLex
Voor professionals
Voor Partners