Arrest nr. 34/1996 van Grondwettelijk Hof, 15 mei 1996

Gelinkt als:

Extract


Arrest nr. 34/1996 van Grondwettelijk Hof, 15 mei 1996

In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 34 en 35 van de wet van 9 december 1994 tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de rijkswacht en het statuut van haar personeel, ingesteld door de v.z.w. Nationaal Syndikaat van het Rijkswachtpersoneel en anderen.

Het Arbitragehof,

samengesteld uit de voorzitters L. De Grève en M. Melchior, en de rechters P. Martens, G. De Baets, E. Cerexhe, H. Coremans en A. Arts, bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter L. De Grève,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van het beroep

Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 30 juni 1995 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 3 juli 1995, is beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 34 en 35 van de wet van 9 december 1994 tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de rijkswacht en het statuut van haar personeel, bekendgemaakt in het Belgisch Staats- blad van 30 december 1994, door de v.z.w. Nationaal Syndikaat van het Rijkswachtpersoneel, met maatschappelijke zetel te 1030 Brussel, Charbolaan 25, en door P. Van Keer en D. Hooft, die beiden keuze van woonplaats doen bij de eerste verzoekende partij.

II. De rechtspleging

Bij beschikking van 3 juli 1995 heeft de voorzitter in functie de rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof.

De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was om artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen.

Van het beroep is kennisgegeven overeenkomstig artikel 76 van de organieke wet bij op 10 augustus 1995 ter post aangetekende brieven.

Het bij artikel 74 van de organieke wet voorgeschreven bericht is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 11 augustus 1995.

De Ministerraad, Wetstraat 16, 1000 Brussel, heeft een memorie ingediend bij op 22 september 1995 ter post aangetekende brief.

Van die memorie is kennisgegeven overeenkomstig artikel 89 van de organieke wet bij op 10 oktober 1995 ter post aangetekende brief.

De verzoekende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend bij op 2 november 1995 ter post aangetekende brief.

Bij beschikking van 28 november 1995 heeft het Hof de termijn waarbinnen het arrest moet worden gewezen, verlengd tot 30 juni 1996.

Bij beschikking van 9 januari 1996 heeft het Hof :

- gezegd dat de zaak niet in gereedheid kon worden verklaard en geoordeeld dat het volgende middel ambtshalve leek te moeten worden onderzocht :

« Krachtens artikel 184 van de Grondwet worden de organisatie en de bevoegdheid van de rijkswacht door een wet geregeld.

Heeft de wetgever artikel 184 van de Grondwet geschonden door in de bestreden bepalingen van de wet van 9 december 1994 aan de Koning de machtiging te verlenen om het bedrag van de terug te betalen wedden vast te stellen, indien de bepalingen waarbij aldus een terugbetalingsverplichtin...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf