Arrest nr. 61/1994 van Grondwettelijk Hof, 14 juli 1994
Gelinkt als:
Gelinkt als:
Extract
Arrest nr. 61/1994 van Grondwettelijk Hof, 14 juli 1994
In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van de wet van 6 mei 1993 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, ingesteld door de vereniging zonder winstoogmerk « Mouvement contre le racisme, l'antisémitisme et la xénophobie » en anderen.
Het Arbitragehof,samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de rechters K. Blanckaert, L.P. Suetens, L. François, P. Martens, Y. de Wasseige, J. Delruelle, G. De Baets en H. Coremans, bijgestaan door de griffier H. Van der Zwalmen, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior,wijst na beraad het volgende arrest :** * I. Onderwerp van het beroepBij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 2 november 1993 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 3 november 1993, stellen1. de vereniging zonder winstoogmerk « Mouvement contre le racisme, l'antisémitisme et la xénophobie », waarvan de zetel gevestigd is te 1210 Brussel, Poststraat 37, vertegenwoordigd door haar raad van bestuur;2. de vereniging zonder winstoogmerk « Syndicat des avocats pour la démocratie », waarvan de zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Minimenstraat 12, vertegenwoordigd door haar raad van bestuur;3. de vereniging zonder winstoogmerk « Droit des gens », waarvan de zetel gevestigd i te s 1060 Brussel, Amerikaansestraat 15, vertegenwoordigd door haar raad van bestuur;die woonplaats hebben gekozen op het kantoor van Mr. L. Walleyn, advocaat, Paleizenstraat 154 te 1210 Brussel, beroep in tot vernietiging van de artikelen 8, 11, 15, 30, 3° , 31, 32, 33, 36 en 38 van de wet van 6 mei 1993 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 21 mei 1993.II. De rechtsplegingBij beschikking van 2 november 1993 heeft de voorzitter in functie de rechters van zetel aangewezen conform de artikelen 58 en 59 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof.De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er ten deze geen reden was om de artikelen 71 en volgende van de voormelde bijzondere wet toe te passen.Van het beroep is kennisgegeven conform artikel 76 van de voormelde bijzondere wet bij op 22 december 1993 ter post aangetekende brieven, die op 23 december 1993 aan de geadresseerden ter hand zijn gesteld.Het bij artikel 74 van de voormelde bijzondere wet voorgeschreven bericht is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 24 december 1993.De Ministerraad, vertegenwoordigd door de Eerste Minister, met ambtswoning te 1000 Brussel, Wetstraat 16, heeft een memo rie ingediend bij op 7 februari 1994 ter post aangetekende brief.Afschriften van die memorie zijn conform artikel 89 van de organieke wet overgezonden bij op 9 februari 1994 ter post aangetekende brieven, die op 10 februari 1994 aan de geadresseerden ter hand zijn gesteld.De verzoekende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend bij op 11 maart 1994 ter post aangetekende brief. Bij beschikking van 17 maart 1994 heeft het Hof de termijn waarbinnen het arrest moet worden gewezen, tot 2 november 1994 verlengd.Bij beschikking van 21 april 1994 heeft het Hof de zaak in gereedheid verklaard en de terechtzitting vastgesteld op 10 mei 1994.Van die beschikking is aan de partijen kennisgegeven, die, evenals hun advocaten, van de datum van de terechtzitting op de hoogte zijn gebracht bij op 21 april 1994 ter post aangetekende brieven, die op 22 april 1994 aan de geadresseerden ter hand zijn gesteld.Bij beschikking van 5 mei 1994 heeft voorzitter M. Melchior de zaak aan het Hof in voltallige zitting voorge- legd.Op de terechtzitting van 10 mei 1994 :- zijn verschenen :. Mr. L. Walleyn en Mr. P. Jaspis, advocaten bij de balie te Brussel, voor de verzoekende partijen;. Mr. P. Legros en Mr. C. Nikis, advocaten bij de balie te Brussel, voor de Ministerraad;- hebben de rechters Y. de Wasseige en L.P. Suetens verslag uitgebracht;- zijn de voornoemde advocaten Mr. L. Walleyn en Mr. C. Nikis gehoord;- is de zaak in beraad genomen.De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, die betrekking hebben op het gebruik van de talen voor het Hof.III. Onderwerp van de aangevochten bepalingenArtikel 54 van de wet van 15 december 1980, zoals vervangen bij artikel 15 van de wet van 6 mei 1993, voorziet in vier categorieën van vreemdelingen die ambtshalve op een bepaalde plaats kunnen worden ingeschreven. Krachtens artikel 52, § 2, 5°, van de wet van 15 december 1980, zo...Volledige samenvatting van dit document bekijken
Gesponsorde links
ver las páginas en versión mobile | web
ver las páginas en versión mobile | web
© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.
Inhoud van vLex België
Verken vLex
Voor professionals
Voor Partners