Arrest nr. 1/2006 van Grondwettelijk Hof, 11 januari 2006

Gelinkt als:

Samenvatting


Art. 33 van de programmawet van 5 augustus 2003 [wijziging van art. 5, 2), van de wet van 16 juli 2002 tot wijziging van verschillende bepalingen teneinde inzonderheid de verjaringstermijnen voor de niet-correctionaliseerbare misdaden te verlengen], en art. 22 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Extract


Arrest nr. 1/2006 van Grondwettelijk Hof, 11 januari 2006

In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 33 van de programmawet van 5 augustus 2003 (wijziging van artikel 5, 2), van de wet van 16 juli 2002 « tot wijziging van verschillende bepalingen teneinde inzonderheid de verjaringstermijnen voor de niet- correctionaliseerbare misdaden te verlengen »), en artikel 22 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, gesteld door de Correctionele Rechtbank te Brussel.

Het Arbitragehof,

samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en A. Arts, en de rechters P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging

Bij vonnis van 28 oktober 2004 in zake het openbaar ministerie tegen de n.v. Alvan Motors en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 8 november 2004, heeft de Correctionele Rechtbank te Brussel de volgende prejudiciële vragen gesteld :

« A) Schendt artikel 33 van de programmawet van 5 augustus 2003, waarbij artikel 5, 2), van de wet van 16 juli 2002 wordt gewijzigd, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat het tot gevolg heeft dat op dit ogenblik twee verschillende procedureregelingen van toepassing zijn op grond waarvan twee categorieën van beklaagden gelijktijdig onderworpen zijn aan verschillende verjaringsregelingen van de strafvordering naargelang de - mogelijkerwijze soortgelijke - feiten die aan die beklaagden ten laste worden gelegd, vóór 1 september 2003 of vanaf die datum zouden zijn gepleegd ?

B) Schendt artikel 22 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, in zoverre het niet in de mogelijkheid voorziet om de vertaling in de taal van de rechtzoekende te verkrijgen van de stukken die zijn gesteld in een andere landstaal die hij niet begrijpt, behalve voor de processen-verbaal, de verklaringen van getuigen of klagers en de verslagen van deskundigen, de artikelen 10, 11, 12 en 14 van de Grondwet of één artikel daarvan, of nog artikel 6.3 (a en b) van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950 - dat een onlo...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf