Arrest nr. A940001F van België, 23 december 1998

Gelinkt als:

Extract


Arrest nr. A940001F van België, 23 december 1998

HOF VAN CASSATIE, Verenigde Kamers - Rolnummer A940001F - Datum 1998-12-23 - p.1

beschuldigd of beklaagd van

in het gerechtelijk arrondissement Brussel of elders in België

tussen 1 juli 1988 en 4 augustus 1990, het laatste feit gepleegd zijnde op 3 augustus 1990 (cf. de hieronder vermelde tenlasteleggingen A, C.2 en D.2),

de feiten de opeenvolgende en voortdurende uiting zijnde van hetzelfde misdadig opzet,

de verjaring van de strafvordering ten aanzien van alle vervolgde personen regelmatig gestuit zijnde door daden van onderzoek of van vervolging, meer bepaald door het proces-verbaal nr. 6065 van 3 juni 1994 van de gerechtelijke politie te Luik, opgemaakt ter uitvoering van de onderzoeksopdrachten die op 30 mei 1994 waren bevolen door de h. Fischer, raadsheer in het Hof van Cassatie,

als dader of mededader,

ofwel de misdrijven te hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks te hebben meegewerkt, ofwel door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp te hebben verleend dat de misdrijven zonder hun bijstand niet hadden kunnen worden gepleegd, ofwel door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, die misdrijven rechtstreeks te hebben uitgelokt,

of, subsidiair, als medeplichtige,

ofwel onderrichtingen te hebben gegeven om de misdrijven te plegen, ofwel, buiten het geval van artikel 66, ' 3, van het Strafwetboek met hun weten de dader of de daders te hebben geholpen of bijgestaan in de daden die de misdaden of de wanbedrijven hebben voorbereid, vergemakkelijkt of voltooid.

A.

De eerste (COEME), in zijn hoedanigheid van minister van Landsverdediging, de tweede (CLAES), in zijn hoedanigheid van minister van Economische Zaken, de zesde (BASTIEN), de zevende (MAZY), de tiende (DELANGHE)

tussen 18 april 1989 en 4 augustus 1990, het laatste feit gepleegd zijnde op 3 augustus 1990 (dag van storting van een geldsom op een bankrekening),

als openbaar officier of ambtenaar, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, bij het opmaken of doen opmaken van akten van hun ambt, het wezen of de omstandigheden ervan te hebben vervalst, door als waar op te nemen, feiten die het niet waren,

te dezen, wat de overheidsopdracht ECM-F16 betreft,

met het bedrieglijk opzet om die overheidsopdracht onrechtmatig te doen toewijzen aan de vennootschap ELECTRONIQUE SERGE DASSAULT (ESD), met name:

HOF VAN CASSATIE, Verenigde Kamers - Rolnummer A940001F - Datum 1998-12-23 - p.2

A.1. - de voor de AAD (Algemene Aankoopdienst van de Luchtmacht) bestemde nota VSP/R 890113 d.d. 19 april 1989 van de stafchef van de Luchtmacht te hebben doen vervangen door de voor de AAD bestemde nota VSP/R 890114, van dezelfde datum, die weliswaar uitdrukkelijk en, om zich erbij aan te sluiten, verwijst naar de algemene bevindingen van de nota VSP/R 890046 van 14 februari 1989, die gebaseerd waren op het verslag F16 EW Program van de evaluatiecommissie van 10 februari 1989 (zie de bevindingen van dat verslag p. 17), maar verzuimt het door die commissie erkende substantiNle voordeel van het Litton-systeem te vermelden en die wijziging van de bevindingen verantwoordt door zogezegde "besprekingen achteraf" die het "mogelijk hadden gemaakt bepaalde punten van de vergelijking van beide aanbiedingen beter te preciseren en te nuanceren", terwijl op operationeel, technisch en logistiek gebied geen enkele bespreking werd gevoerd sedert 14 februari 1989;

A.2. - het gunningsverslag d.d. 21 april 1989 betreffende de aankoop van elektronische beveiligingssystemen (ECM) voor de F16 vliegtuigen te hebben doen opmaken waarin de AAD (Algemene Aankoopdienst van de Luchtmacht) besloot dat "uit de waardering van de technischoperationele aspecten enerzijds, de raming van de kosten anderzijds, (...) blijkt dat beide aanbiedingen nagenoeg gelijkwaardig zijn en (meende) beide ter beslissing aan de minister te kunnen voorleggen" en die bevindingen, wat onder meer het technisch onderzoek betreft (zie pp. 3 en 4 van het verslag), grondt op: * de aanbevelingen van de groep van technische deskundigen van de Luchtmacht (van 10 februari 1989) "waaruit blijkt dat de firma Litton een voordeel bood op operationeel, technisch en logistiek gebied", * de nota van de stafchef VSP/R 890114 voor de AAD van 19 april 1989 (zie de hierboven vermelde tenlastelegging A.1), die bevestigde "dat beide aanbiedingen aanvaardbaar zijn",

maar waarin inzonderheid het substantiNle voordeel van het Litton-systeem werd verzwegen dat nochtans door voornoemde groep van technische deskundigen van de Luchtmacht en door de generale staf van de Luchtmacht uitdrukkelijk was erkend (zie het gunningsverslag, p. 4, punt 4, a(2) en (3));

A.3. in antwoord op de argumenten die de Inspectie van FinanciNn had uiteengezet in haar verslag van 24 april 1989, de "nota d.d. 27 april 1989 aan het Ministerieel Comité voor Economische en Sociale Coördinatie" te hebben opgemaakt of doen opmaken en te hebben ondertekend of doen ondertekenen, waarin de Minister v...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf