Arrest nr. D020022N van België, 24 juni 2004

Gelinkt als:

Extract


Arrest nr. D020022N van België, 24 juni 2004

Nr. D.02.0022.N.-

M.J.

eiser,

vertegenwoordigd door Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,

tegen

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, Parket-Generaal te 9000 Gent, Koophandelsplein 23,

verweerder.

I. Bestreden beslissing

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing, op 23 oktober 2002 gewezen door de tuchtraad van beroep van de balies van het rechtsgebied van het Hof van Beroep te Gent.

II. Rechtspleging voor het Hof

Raadsheer Greta Bourgeois heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd.

III. Middelen

Eiser voert in zijn verzoekschrift vijf middelen aan.

1. Eerste middel

Geschonden wetsbepalingen

- de artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag van 4 november 1950 tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955 ;

- het algemeen rechtsbeginsel volgens hetwelk de rechter onafhankelijk en onpartijdig moet zijn ;

- de artikelen 447 en 457 van het Gerechtelijk Wetboek.

Aangevochten beslissing

De bestreden beslissing verklaart de eerste tot de derde en de vijfde tenlasteleggingen gegrond en veroordeelt eiser tot de tuchtstraf van 1 maand schorsing. De bestreden beslissing verwerpt het verweer van eiser dat de rechtsingang nietig was nu de Stafhouder, die de Raad van de Orde adieerde, niet voldeed aan het vereiste van onafhankelijkheid en onpartijdigheid, op grond van de motieven dat :

"De Raad van de Orde kan slechts door toedoen van de Stafhouder kennis nemen van de tuchtzaken.

De Stafhouder die aldus in toepassing van artikel 4 van het Gerechtelijk Wetboek de Raad van de Orde adieert, treedt op als orgaan van de Orde doch enkel als vervolgend orgaan en geenszins als jurisdictioneel orgaan.

Dit onderscheid is wezenlijk nu artikel 6, lid 1, E.V.R.M. enkel van toepassing is bij het bepalen van de gegrondheid van de strafvordering cq. de tuchtvordering.

Door zijn beslissing om de zaak aanhangig te maken bij de Raad van de Orde beslist de Stafhouder uiteraard niet over de gegrondheid van de tuchtvordering.

Het gegeven dat de Stafhouder in het verleden ooit is opgetreden als persoonlijk raadsman van (eiser) bij de afhandeling van een schadegeval voor de Politierechtbank, kan in het licht van artikel 6, lid 1, E.V.R.M. dus geen gevolg sorteren".

Grieven

1.1. Eerste onderdeel

De regel volgens dewelke de rechter onafhankelijk en onpartijdig moet zijn is neergelegd in artikel 6, 1, E.V.R.M.

Deze regel is tevens een algemeen rechtsbeginsel dat op alle rechtscolleges van toepassing is.

Dit vereiste van onafhankelijkheid en onpartijdigheid is eveneens van toepassing op de Stafhouder die overeenkomstig artikel 457 van het Gerechtelijk W...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf