Vordering tot nietigverklaring

  • Recevoir les alertes:
  • par courriel
    Vos coordonnées seront incorporées à un fichier informatique automatisé dont l'objet exclusif est de pouvoir répondre à votre abonnement. Ce fichier informatique est propriété exclusive de vLex Networks, S.L. et ne sera en aucun cas cédé à un tiers. L'envoi de votre inscription implique l'acceptation de la Politique de Protection de Données de vLex Networks, S.L.
  • par RSS
2 termes du glossaire pour Vordering tot nietigverklaring
9.381 documents pour Vordering tot nietigverklaring
  • De omstandigheid dat de door verzoeker aangevoerde middelen in het verzoekschrift tot nietigverklaring "ernstig" worden genoemd, doet geen afbreuk aan het feit dat die middelen als grondslag voor de vordering tot nietigverklaring van de bestreden beslissingen worden aangevoerd en dat de R.v.St. die middelen in het kader van het annulatieberoep op hun gegrondheid moet beoordelen.

  • Geen enkele bepaling van de RvS-wet voorziet dat de RvS zich in het kader van de procedure tot nietigverklaring nog zou kunnen uitspreken over het schorsingsarrest. Wel is het zo dat de RvS bij de beoordeling van de vordering tot nietigverklaring niet gebonden is door de inhoud van het schorsingsarrest, ook niet wanneer daarin uitspraak is gedaan over de ernst van de middelen, wat te dezen zelfs niet het geval is geweest aangezien het schorsingsarrest zich slechts heeft uitgesproken over de schorsingsvoorwaarde van het MTHEN.

  • Wat verzoeker nastreeft is een wijziging van het BPA. De minister kan geen inhoudelijke wijzigingen aanbrengen aan een hem ter goedkeuring voorgelegd door de gemeenteraad definitief aangenomen BPA. Hij kan enkel het BPA goedkeuren of er de goedkeuring aan onthouden. De vordering tot nietigverklaring is onontvankelijk aangezien het voordeel niet kan bekomen worden. Geen belang.

  • Het belang moet bestaan op het ogenblik van het instellen van de vordering tot nietigverklaring en het kan niet hangende het geding worden verworven.

  • Gelet op het geheel van de vermeldingen van het verzoekschrift, beoogt verzoekende partij kennelijk alleen de vernietiging van de laatste twee zinnen van het aangehaalde vierde lid van het reglement van orde. Die zinnen zijn van de rest van het reglement afsplitsbaar. Het voorwerp van de vordering tot nietigverklaring wordt dienovereenkomstig beperkt.

  • De termijn van zestig dagen om een vordering tot nietigverklaring in te stellen begint te lopen op het ogenblik dat de verzoekende partij kennis heeft niet alleen van het bestaan van de stedenbouwkundige vergunning op het betrokken perceel, maar ook van de aard en de draagwijdte ervan. In casu blijkt uit een brief van de verzoekende partij, gericht aan de tussenkomende partij, dat de verzoeker reeds meer dan 60 dagen kennis had van de bestreden vergunning, evenals van de aard en de draagwijdte ervan.

  • Uit art. 17, § 3, eerste lid, R.v.St.-Wet vloeit voort dat de wetgever op procedureel vlak de schorsingsprocedure heeft willen scheiden van de vernietigingsprocedure. Door die scheiding wordt een duidelijk verloop van de rechtsstrijd beoogd. In de schorsingsprocedure moet de verzoekende partij naast het bestaan van het risico op een MTHEN, de ernst van de aangevoerde middelen aantonen, terwijl zij in de vernietingsprocedure de gegrondheid van die middelen moet aantonen. Wanneer een vordering tot schorsing en een vordering tot nietigverklaring in één verzoekschrift wordt gevorderd, moet de vordering worden opgevat als een vordering tot vernietiging, aangezien een vordering tot schorsing een accessorium is van de vordering tot vernietiging.

  • Bij beslissing van 31 juli 2008 van de verwerende partij wordt verzoekers beroep tegen de beslissing van de gouverneur alsnog ontvankelijk verklaard, zodat de onderhavige vordering tot nietigverklaring zonder voorwerp is gevallen en "doelloos" is geworden als bedoeld in art. 93 van het procedurereglement.

  • Indien de vordering tot schorsing wordt ingesteld volgens de rechtspleging bij uiterst dringende noodzakelijkheid is het niet vereist dat verzoeker reeds op het ogenblik van het instellen van de die vordering ook een beroep tot nietigverklaring heeft ingesteld.

  • Indien meerdere vorderingen die niet samenhangen in hetzelfde verzoekschrift worden ingesteld, is alleen de eerst opgegeven vordering tot nietigverklaring ontvankelijk.



Loading

ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Tous Droits Réservés.

Contenus dans vLex Belgique

Explorez vLex

Pour professionnels

Pour associés

Compagnie