Toezichthoudende bevoegdheid
-
Volgens tweede verwerende partij heeft de vernietiging van een goedkeuringsbeslissing geen nut omdat bij het verstrijken van de goedkeuringstermijn, de toestemming stilzwijgend wordt verkregen. Overeenkomstig art. 6, tweede lid, decreet van 28 april 1993 (houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten) is het goedkeuringstoezicht een verplicht uit te oefenen bevoegdheid, waardoor bij nietigverklaring de toezichthoudende overheid over een nieuwe toezichtstermijn beschikt. De exceptie is ongegrond.
-
De termijn waarover de toezichthoudende overheid beschikt om, in het kader van haar facultatieve vernietigingsbevoegdheid, op te treden tegen een gemeenteraadsbesluit is een vervaltermijn. Wanneer de termijn verstreken is, ontneemt dit aan de toezichthoudende overheid de bevoegdheid om nog een beslissing te nemen. Art. 27, tweede lid van het decreet van 7 juni 1989 (houdende vaststelling, voor het Vlaamse Gewest, van regelen betreffende de organisatie alsook de uitoefening van het administratief toezicht op de gemeenten) schrijft voor dat binnen de termijn van 50 dagen het vernietigingsbesluit moet worden getroffen én zijn ontvangen door door de betrokken gemeente.
-
... zo dikwijls als de zaken die tot de bevoegdheid ervan behoren het vereisen en ten minste tienmaal ... de bevoegdheid van de toezichthoudende overheid tot schorsing en vernietiging wegens sche...
-
Het decreet van 24 juli 1991 verleent aan de toezichthoudende overheid niet de bevoegdheid, die krachtens art. 123, 10º Nieuwe Gemeentewet aan het College van burgemeester en schepenen toekomt, om toezicht uit te oefenen op het gemeentepersoneel. In het kader van het door voornoemd decreet georganiseerd administratief toezicht vermag de toezichthoudende overheid wel na te gaan of het College van burgemeester en schepenen zijn tuchtbevoegdheid t.a.v. dat personeel wettig heeft uitgeoefend.
-
Een beslissing van de toezichthoudende overheid waarbij een beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn wordt vernietigd, moet gemotiveerd zijn. In het besluit zelf moet worden aangegeven waarom zij wordt genomen. Art. 111, §2 OCMW-Wet stelt een specifieke en beperkte bevoegdheid in voor de toezichthoudende overheid mbt de beslissing die 'de financiële belangen van de gemeente schaadt'. In de beslissing van de toezichthoudende overheid moet uitdrukkelijk worden aangegeven in welk opzicht de financiële belangen van de gemeente worden geschaad.
-
... beslissing van de toezichthoudende minister en de minister tot wiens bevoegdheid de b...
-
Aan de wetsbepaling van 11 juli 1973 was nog geen uitvoering gegeven. Het uitblijven hiervan liet de gemeentelijke autonomie onverlet om, binnen de perken van de wet en onverminderd het optreden van de toezichthoudende overheid, een tuchtreglement uit te vaardigen voor het gemeentelijk personeel. Die bevoegdheid gaat samen met de in de artikelen 149 en 150 Nieuwe Gemeentewet bepaalde bevoegdheid om de betrokken personeelsleden te benoemen en af te zetten of te schorsen.
-
...8° de adviserende en toezichthoudende bevoegdheid inzake de wetgeving overheidsopdrachte...
-
...Besluit : . Artikel 1. Als toezichthoudende ambtenaren-artsen en ambtenaren, vermeld in artike...
-
... van het personeel, onverminderd de bevoegdheid van de gemeenteraad overeenkomstig artikel 43, § ... of de goedkeuring van een toezichthoudende overheid onderworpen zijn;. 14° het nemen van b...